Feeds:
Berichten
Reacties

How to let go

“Understanding how to let go is knowing how to confront all.”

Shaolin 2011

De Dag

Buiten is het stil. Het is nacht. Ik word kalm.

Misschien omdat de meesten geen gedachtes stralen,
en slapen in hun onschuld schoon,

De lucht, sereen en zacht… sterren fonkelen.
Een oranje halve  maan verheft zich boven de horizon.

Moeiteloos, oneindig stil.

Verlang ik naar gewoon zijn zonder schaamte,
Zonder angst voor verlies,

Hunkerend naar overgave, naar alles wat me lief is.

Warme bevrijdende omhelzing.
Die steeds lichter wordt.

De stilt omarmt, en fluistert duizend dingen.
Zoals de wind het loof laat ruisen…

Soms is het zo dichtbij dat ik ongemerkt glimlach,

zo voorbij de dag.

 

Geluk

Het Jongetje liep door de jasmijntuin, zijn hoofd naar beneden. Zijn gemoedsrust was verstoord, zijn ademhaling snel en zijn hoofd vol tollende gedachtes. Hij zocht de Meester.
“Meester.” riep hij zodra hij de Meester zag.  ”Meester…”
De Meester zat in meditatie naast een enorme lotusbloem. Zijn ogen half gesloten en een beginnende glimlach rond zijn mond. Het Jongetje ging naast hem zitten. Zijn adem was nog snel en zijn onrust was groot.
“Meester…” zei hij weer, maar iets zachter. Hij trilde.  De Meester legde een hand op zijn schouder. Het jongetje voelde tranen opkomen. Zijn gedachtes braken als een dam. Hij liet het verdriet zijn geest stil spoelen. Zijn ademhaling werd langzaam rustiger.

Het wateroppervlak van zijn geest was bijna een spiegel, rimpelingen vervormde de weerspiegelde wolken… een verdrietig nagevoel bleef bij het jongetje.

De meester haalde zijn hand weer weg.

“Meester, ik voel me blij als ik speel met kinderen die mij leuk vinden.” het Jongetje keek voor zich uit en haalde diep adem. “Maar vandaag was ik met een groep die me haatte… en ik voel me ongelukkig.”

Het jongetje voelde een golf van onrust.

“Mijn geluk is afhankelijk van anderen…”  ”En dat wil ik  niet, ik wil dat geluk ergens anders vandaan halen zodat ik er altijd bij kan. Waar ik ook ben.” hij keek naar de Meester die zijn ogen nu open had.

De Meester liet Stilte de vraag in zich opnemen. De vraag paste makkelijk in de enorme uitgestrektheid van Stilte. Het jongetje keek ernaar. Hij zag de enorme kracht en angst voor het verlies van geluk, hij zag de oneindige ingewikkelde reacties om het geluk vast te houden. Hij zag de myriades aan adviezen en strategieën hoe je geluk kon vinden. En hij zag vooral dat in al die handelingen geen spoor van geluk te vinden was.

Hij speelde met een groep kinderen, en er ging iets fout, de kinderen werden kwaad op hem scholden hem uit, stootte hem uit de groep en hij ervaardde een diep ongelukkig gevoel. Hij voelde de enorme kracht om weer bij de groep te horen. Hij had zo alles wat hij was overboord gegooid om er weer bij te mogen horen. Hij schrok van die enorme kracht en was weggerend.

“De gedachte dat ik nooit meer een groep zou vinden, omdat ik anders ben.” zei het Jongetje en keek naar beneden. ”Ik zag mezelf ineens eindeloos zoeken naar de juiste groep… ik zag de angst voor groepen ontstaan, altijd weer onzeker over ik wel of niet word geaccepteerd. Ik werd bang dat die angst me ongeschikt zou maken, me afstotelijk zou maken.”

De meester en de leerling lieten de stilte weer even zijn. De natuur, de lotusbloem, de wolken, de wind spraken voor zich. Ze vermengden zich met de vraag, wervelden door de geest van de leerling.

De meester doorbrak de stilte.

“Wat is geluk als je onafhankelijk bent van geluk…” zei de Meester.

De ogen van de leerling werden groter. De vraag deed hem duizelen. Hij wilde een antwoord geven… hij dacht aan de hand op zijn schouder. Hij voelde de rust na het verdriet.

“Liefde  is onafhankelijk van Geluk…”

Het Jongetje voelde een teleurstelling, alles bleek altijd maar liefde, iets wat hij niet altijd begreep. Het leek wel een stopwoord voor volwassenen.

Hij voelde ook wel iets van opluchting. Hij stond op groette de meester en liep terug naar de groep kinderen.

Misschien was hij toch iets te snel weggerend.

Licht

Het jongetje keek naar de Meester. De meester leek haast licht te geven. Hij zat stil en onbewegelijk. Het jongetje zat tegenover hem. Iets minder onbewegelijk. Hij wilde ook licht kunnen geven, net als zijn meester. Maar hij wist ook dat zolang hij dat wilde het niet zou lukken. De meester immers dacht ook niet na over of hij licht gaf of niet. Hij was er gewoon.

Het jongetje werd rustiger en verdiepte zijn meditatie. Hij sloot zijn ogen, en voelde het lichte in de Meester. Hij voelde hoe hij zelf ook lichter werd. En zonder dat hij er iets voor deed. Hij keek er met zijn innerlijk oog vol verwondering naar. Het leek alsof alles meebewoog. Zijn gedachten waren zoveel groter dan hij dacht. Het leken haast dansers in een storm. Wervelend met de wind. Hij liet ze waaien, en zag dat ze een beetje licht gaven. Alsof ze begonnen te sprankelen.

En ineens  zag hij wat gedachten konden zijn, heldere sterren, bewegelijk en sierlijk. Als diamanten die van vorm veranderden verlichtten ze een weg. Niet één weg maar allerlei wegen.

Het jongetje keek ademloos toe. Zoveel wegen, welke zou hij kiezen welke is de beste…

“Geen van alle.” zei de meester ineens.

Het jongetje schrok op uit zijn meditatie, de weg, de gedachtes, de sterren het fonkelen plofte allemaal weg.

“Ik snap het niet meester.”

“Gedachten zijn niet de weg, hoe mooi ze ook zijn.”

“Waar wat is dan wel de weg?” vroeg het jongetje teleurgesteld.

“Jijzelf.” zei de Meester met een lichte glimlach en stond op. Het jongetje volgde zijn voorbeeld en samen liepen ze over de brug richting de Jasmijntuin.

“Ik denk dat ik het niet begrijp.”

“Er is niets wat bepaalt wie jij bent of wat jouw weg is. De weg is alleen zichtbaar als je terugkijkt. En dat geldt voor alle wegen. Ze zijn onbegaanbaar. Hoe mooi ze ook zijn.”

Het jongetje keek peinzend. Ergens voelde hij zich opgelucht, er waren zoveel wegen en zoveel keuzes. Maar eigenlijk waren al die wegen geschiedenissen van anderen. En hij hoefde er niet een te kiezen.

Hij was zijn eigen weg.

Het jongetje maakt een kleine sprong, dat deed hij vaker als hij licht voelde.

Kus

Het liefst zou ik je willen omhelzen,
de warmte van je lichaam voelen,
je ademhaling, een vonk in je 
donkere ogen
Dat onze levens elkaar omhelzen

Innig  en vrij

Dat waarheid tussen ons stroomt,
verfrissend en bevrijdend.

Dat ik jou zie,
En dat jij mij ziet.

Kus.

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.