De stilte is oorverdovend. Zonder jou is leegte een grap. Ze kunnen zeggen wat ze willen. Maar ik ben niet compleet in mijn eentje. Het enige wat ik kan doen is dat accepteren. Ik weet dat je er bent. Ook al is de kou onverdragelijk. Staat de tweede winter voor de deur. Ik ben de mooie woorden kwijt, de vloeiendheid, de zinnen doordrenkt met liefde. Ze zijn niet meer.
Ik ben niet meer wie ik was, als ik in de spiegel kijk zie ik een vreemde. Alleen als ik diep in zijn ogen kijk herken ik nog wel iets. Het leven davert verder, ik ook. Aan de buitenkant is weinig te zien. De sociale grijns trek ik als een dik harnas om me heen. Maar waartegen is dat harnas dan? Tegen het verleden? Een zinderende herinnering aan liefde. Ergens was ik even thuis. Nu een schimmige herinnering afgedekt met pijn en verdriet.
Soms zie ik nog wel eens een flits in iemands ogen. En wordt de herinnering even levend, kort. Het kan ook niet lang. Dat is ondragelijk .Ik moet weer terug. Terug naar waar ik vandaan kwam. Terug naar wie ik was. Of is alles met uiterste precisie de bedoeling.
Of moet ik nog steeds beseffen dat alles wat ik voel, alle strijd, nog steeds is samen te vatten in die ene verdomde zin. Die zin, die me maar blijft achtervolgen.
Misschien moet het dan ook maar, en kan het gewoon niet anders. Of wil ik het niet anders en is het mijn ode aan de liefde. En heeft het niets te maken met loslaten, maar met integreren.
Ik draag je bij me en ik hou van je, ik voel je elke dag, wie je ook bent. Ik heb je niet gevonden, maar ik weet dat je bestaat. En ik weet ook dat je weet dat ik besta. Ik geef mijn leven aan jou, ik zal leven voor jou. Omdat ik weet dat jij ook voor mij leeft.
Wat de reden ook mag zijn. Waarom niet bij elkaar zijn. Ik weet het niet. Maar ik heb wel besloten dat mijn liefde niet zal doven. En ik hoor ze lachen, en hoofdschudden. Dan ben ik maar gek, en word ik een oude gek. Zo’n tandeloze in zichzelf mompelende stoppelbaard.
Al moet ik je een leven lang missen.
In mijn hart bewaar ik een glinstering, een glinstering van jou.