april 2004


Voor de koninging dan. Tenslotte is Juliana weer koningin, dood en jarig, en Beatrix , levend en nog lang niet jarig.

Het is lekker weer, iedereen raast over de vrijmarkt. De vrijmarkt is niet echt my place to be. Misschien ga ik wat dwalen in Zwolle met wat vrienden. Utrecht heb ik wel gehad. Tis wel leuk natuurlijk, iedereen loopt over het fietspad en voelt zich ineens een stuk vrijer, alcoholisten hebben de dag van hun leven; ze vallen niet meer op.

Je kunt op straat met een druipende worstebroodje slenterend tegen iemands kashmir aanlopen en je niet hoeven te verontschuldigen. Je kunt spulletjes kopen die je altijd al had willen kopen, maar nooit echt nodig had, maar voor die prijs, toch wel weer leuk. Je kunt genieten van al die mensen die hun zolderopslagplaats op de stoep hebben uitgestald, hoe ze erbij zitten, hoe ze hun kinderen het werk laten doen. Hoe sommigen hun huis openstellen om daarin een spelletje te spelen, praatje te maken, of gewoon naar het toilet te kunnen gaan.

Mensen begeven zich heel dicht op elkaar, komen de hele dag in elkaars intieme zones (1 meter in de stad en 2 tot 10 op het platteland) Sommige kruispunten zijn wel wat benauwend; zo’n mensenmeute die je een kant op duwt alsof je in een uit de kluiten gewassen polka de wolga in wordt gedwongen.

Geef mij maar een koninginnedag in een dorp. Lekker overzichtelijk. Weinig spulletjes; die zijn allang onderling uitgeruild. Iedereen kent immers iedereen. Het gaat meer om het eten, de pubers, opgehoepeld naar de grote steden, geeft de ouders en nog ouderen de kans om eens lekker ouderwets te genieten van elkaars gezelschap. De familie Schaap, die sociaal niet zo heel goed liggen in de gemeenschap, stalt elk jaar weer precies dezelfde spullen uit. Mevrouw Schaap zit dan op haar ietwat vergeelde tuinstoel driftig de zoveelste wintertrui voor Meneer Schaap te punniken. En Meneer Schaap keert zijn rug naar de hele toestand en is zijn curieuze hobby aan het beoefenen in de achtertuin. Zonnevlekken natekenen. Sommigen beweren dat hij de vlekken op de lens van zijn telescoop tekent. Maar nee, meneer Schaap projecteert keurig met zijn telescoop de zon op een a4tje om vervolgens de vlekken over te trekken en later in zijn schuurtje “het verder uit te werken tot kunst”. Jaarlijks is zijn culturele bijdrage te vinden in de CultuurSchuur. Een project van Burgemeester Bruis die vond dat het dorpje wel een artistieke injectie kon hebben door kunst van de plaatselijke bewoners te exposeren.

Het hoeft nauwelijks nog duidelijk gemaakt te worden dat de Zonnevlekken van meneer Schaap de belangrijkste bijdrage vormen. En het het moet gezegd worden dat “eenmaal ingelijst het best nog wel wat heeft.” aldus Burgemeester Bruis.

Enfin in zo’n dorpje staat de tijd nog wat stil en gaat het meer om het sociale gebeuren. De praatjes, de roddels de plaatselijke kermis waar opa en oma helemaal wegsmelten bij het zien van hun kleinkinderen in een draaimolen of half bedolven in een suikerspin.

De veger die na dit alles gewoon de straat schoonveegt, en natuurlijk hulp krijgt van wat bewoners. En iedereen na een schnaps lekker vroeg naar bed.

Enfin ik ga maar eens naar Zwolle.

Ik stond dus op met een kater. Ik was vergeten dat omgaan met teveel familie dat effect heeft. Nog geen daglicht gezien, daar duik ik zometeen in. Ik zoek een park op met een goed boek en ga tegen de stam van een boom leunen. Ooit eens gelezen dat het zitten onder aan een boom wijsheid geeft. Boomwijsheid. Dat zal vast met “alles op z’n tijd” te maken hebben. Of bij stilstaan stijgen de sappen vanzelf naar je bladerdak.

Nou ja.

Afgelopen nacht bij mijn jongste broer blijven pitten, laat naar bed 03:30 en om 06:30 weer op. Snel naar schiphol waar ook mijn oudste broer net was aangekomen. Gezamenlijk wachtten wij ons moeders op, die zojuist uit Gate 3 kwam zetten na een verblijf van 9 maanden in Nicaragua. Zij was blij. Ze was 10 kilo afgevallen. Ze had een jet-lag. Ze had 24 uur gevlogen. Ze had fletse ogen. Ze was moe.

Wij eerst nog even koffie drinken in de burgerking. Daarna naar het huis van mijn oudste broer. Daar wat babbelen en ruzie maken met mijn jongste broer. Ik ging maar even stoomafblazen in de regen. Jongste broer kwam me direct achterna om sorry te roepen. Maar ik hief al de middelvinger op. Ik zat nog in mijn woedecyclus. Vergat het bordje NIET STOREN NIET DUS, op te hangen. Broer beledigd en boos naar huis. Ik weer naar binnen, en at nog een tosti met broer en moeder. Daarna naar Houten naar het paleis van mijn een na oudste broer. Daar verblijft moeders een week. (ze heeft geen huis, dat heeft ze verkocht) Ze woonde wel op een zolderkamer in Bussum maar dat was niet geweldig, en was alweer ingepakt door mijn oudste broer. Overigens is mijn oudste broer net gescheiden en heeft zijn huis in de verkoop gedaan. (hij woont nu in Bussum, daar waar mijn moeder eigenlijk liever niet meer woont) Maar die verkoop duurt nog wel even dus Moeders kan daar voorlopig wonen, hoewel ze het wel ver weg van alles vindt. Ze woont liever in het paleis van mijn een na oudste broer. Maar die wil haar niet langer dan een week.

Eenmaal aangekomen in het paleis van mijn eennaoudste broer troffen wij daar Neef Huppelepup aan met zijn via het internet gevonden siberische vriendin die eruit zag als 22 maar 33 was en een kind heeft, die overigens wegens ernstige heimwee niet in Europa wil komen wonen. Neef Huppeldepup heeft even geen baan en reist van Amsterdam naar Berlijn naar Siberie?

Toen neef wegging was iedereen verbaast waarom hij een vriendin had, hij was toch homosexueel volgens de laatste berichten?

enfin. Moeders en schoondochter (vrouw van een na oudste broer met paleis) ging kleinzoon van school ophalen terwijl oudste broer en ik even in meubelzaak in de buurt gingen snuffen. Moeders zou daar later ook naartoe gaan. Daarna gingen we weer naar het paleis moeders afzetten, waarop ik met oudste broer weer vertrokken. Oudste broer vertelde in auto dat hij toch wel gek van moeders werd. en braakte 44 jaar opgekropte ellende uit het open dak.

We reden naar Soesterberg waar we nog een tosti aten. Daarna ging hij naar zijn werk en ik naar de dichtstbijzijnde bushalte. Die bus kwam pas over een half uur, dus besloot ik lekker in het zonnetje naar de volgende halte te lopen maar werd afgeleid door een bevallig bospaadje. Dat werd spontaan een boswandeling van 3 uur en 12 bushaltes verder zodat ik uiteindelijk ipv 5 strippen 2 hoefde af te stempelen. Eenmaal in de stad dook ik een kroeg in bestelde een cola en een tosti, waarna ik boodschappen ging doen, en de bus pakte naar huis.

Er zijn vele manieren om hoofdpijn te krijgen.

Ik zou wel willen schrijven, maar het is allemaal te persoonlijk voor een weblog.

Zo door de bossen struinend ontspan ik enigszins en komen m’n hersens tot rust. Het ontspruitende lentegroen is dan hopelijk inspirerend voor nieuwe ideeën gedachten, plannen, of tis gewoon mooi groen. Er staat een huis daar in dat bos. En daar wonen mensen. Die mensen zitten dan tussen het lentegroen en de kwetterende vogeltjes voor hun tuindeuren in een behaaglijk stoeltje de krant te lezen. Waarschijnlijk de NRC. Ze zetten kopjes thee, en praten niet veel met elkaar. Dat hoeft ook niet. Want in de natuur is praten na een tijd gewoon niet nodig. Gebaren, lichaamstaal, misschien wat neurien hier en daar, een steelse blik. Wat valt er tenslotte te zeggen tegen een in verbazing je aangapende eekhoorn.

“Hallo, begraaf jij tegenwoordig ook eikels?”

Natuurlijk kun je praten in het bos, er lopen zat verliefde stelletjes zoete woorden in elkaars mond te fluisteren. En communiceren hardlopers met elkaar via hun hartslagmeter en veelbetekenende blikken.

“Ja hhmm, 160 strak.”

En af en toe staat er een bank. Meestal zit er niemand op. Iemand heeft ooit bedacht dat daar wel een bank kan staan. Soms zitten er wel verliefde stelletjes in een onmogelijke houding op. Het valt me vaak op aan verliefde stelletjes dat ze er niet gelukkig uitzien. Ze gedragen zich vaak alsof ze binnenkort voor altijd afscheid moeten nemen. Midden op het bospad staan ze te zoenen, omhelzen ze elkaar, houden ze elkaar vast. Een beetje wanhopig. Niets geen blije hand in hand huppelende zingende stelletjes. Of lachend of stralend.

Verliefd zijn. Mijn hemel wat een gedoe. De een noemt het een ziekte de andere een hormonale afwijking, de volgende zegt dat het het hoogste goed is. Weer een ander ziet het als een evolutionaire schop onder je reet als je weifelt om je voort te planten.

Ik denk p’soonlijk dat verliefd zijn erg leuk is als het van twee kanten komt, en je veel gemeenschappelijke dingen hebt. Dan kan het een goeie start zijn voor een leuke ding. (nee, dat woord relatie komt echt mijn strot uit)

Maar als het dat allemaal niet is, te grote verschillen, niet wederzijds. Hou er dan toch gewoon mee op. Schei uit. Niet doen hoor. Flauwekul, zoek iemand anders. Schrijf een gedicht, gooi iemand van een toren, en smijt wat met stenen. Doe es gek.

Verliefdheid, daar heb je er twee voor nodig. Anders is het gewoon geen verliefdheid, maar Romantiek… hartverscheurende zelfinflicterende automutulerende passie. Heel boeiend maar weinig interessant verder. Geloof me beste lezer, weg ermee. trap er niet in. Wees niet onder de indruk van alle proza die eruit is voortgekomen.

Volgende Pagina »