september 2004


Vaak hoor ik deze vraag op straat van een verkoper. Ik denk dat maar weinigen zich realiseren dat deze vraag complex is; Er wordt toestemming gevraagd om een vraag te stellen in de vorm van een vraag, waar geen toestemming voor is gevraagd, waarmee de intentie van de vragensteller wat betreft toestemming vragen direct in twijfel te trekken is.

De juiste vraagstelling zou zijn:

“Heeft u er bezwaar tegen als ik U na deze vraag nog een paar vragen stel?”

Maar die zin is zo lang dat de potentiele klant alweer doorgelopen is.

Dus blijft het: Mag ik u een vraag stellen?

Je kunt dus altijd ja roepen en meteen doorlopen.

Een vraag is daarmee beantwoord.

Iedereen dik tevreden

zo hoorde ik van een collega die ook op de barbeque was dat ze met andere collega’s gezellig had zitten barbequeen. ze was er rond 19:00. Ik was er een half uur eerder en zag voldoende om me snel weer te verwijderen van de natte locatie. Of had ik me vergist? Had ik beter moeten zoeken? Een half uur later was het rustiger.

“Prima die barbeque, zag er goed uit en goed geregeld allemaal.” Ik frons mijn wenkbrauwen en tover de mensenmassa van vorige week voor mijn ogen. Ik kon er echt niets goed geregelds in ontdekken.

De tv verliep goed, maar na afloop voelde ik me somber, de laatste dagen voelde ik me best beter, maar nu was het weer mis. Ik voelde met niemand contact. Ik merkte dat ik niet meer wist wat ik moest zeggen. Ik klapte dicht. Ik deed mijn werk prima verder. Eigenlijk wel heel goed vond ik zelf. Maar niemand zei er wat over. Ik was wel complimenteus naar anderen toe.

Maar ik krijg niets terug.

En daar ging ik weer, na de uitzending werd ik stil, rolde de kabels op, ontkoppelde de camera’s. Pakte alles weer in. Deed mijn werk. Ik zei toch nog tegen de meesten dat ze het goed deden, dat ik het goed vond gaan. Het geluid ging goed. Mooi geregisseerd. En dat was ook zo.

Maar niemand zei: “B, jij ook goed gedaan.”

Ik gaf geen complimenten omdat ik ze zelf wilde, het viel me pas aan het einde van de dag op. Toen ik me moe voelde. Veel te moe.

“je bent veel te beinvloedbaar. “

“je bent te flexibel.”

Het duizelt in mijn hoofd. Wat doe ik verkeerd. Iets in mijn gedrag moet er toch voor zorgen dat ik steeds dezelfde reacties vanuit mijn omgeving krijg? Of zoek ik de verkeerde omgevingen op zodat ik bevesting krijg van een negatief zelfbeeld. Zodat ik een bepaald patroon kan herhalen.

Als het dat eerste is moet ik mijn gedrag veranderen. En na vandaag denk ik dat ik dat niet kan. Het is te sterk.

Dat gedrag komt in de vorm van de Clown. De Clown is m’n meest destructieve kant. Hij zorgt voor de aandacht die ik wil maar regelt er meteen voor dat ik niet serieus wordt genomen. De clown en de draak staan elkaar naar het leven. Om de simpele reden dat de clown vaak er is als de draak er zou moeten zijn.

Het erge is dat de Clown vrijwel net zo sterk is als de Draak. Ik wil die clown niet, dus ik onderdruk hem, en dat lukt maar half. Daardoor maak ik mezelf chaotisch..

Dit is het punt wat ik maar niet onder controle krijg, waarop ik ben opgebrand. Stukgelopen, voor in therapie ben geweest. Het lijkt soms wel tourette.

En nu blijkt het allemaal voor niets te zijn geweest. De clown terroriseert nog steeds. Alsoftie nooit is weggeweest. In volle glorie. Kutclown.

Onder die clown zit een bang jochie. Een uit de kluitengewassen kleuter. En dat jochie probeert nu de hulp van de draak te zoeken. Want de draak lijkt z’n enige redding.

Het bange jochie wat gered wordt van de Enge Clown door de Moedige Draak.

Nee, ik ben gek.

Ik denk dat ik mijn verstand aan verliezen ben. Gisteren ben ik een theatercursus begonnen. Theater vanuit je lijf. Leek me een goed plan. Eens goed met dat lijf aan de slag. Altijd maar vanuit dat hoofd.

Enfin ik dus gisteren voor de eerste keer.

In eerste instantie had ik er heel erg zin in. Maar ineens bedacht ik me dat je dan weer eerst van die kennismakingsrondjes zou krijgen. Oh nee, ik heb een hekel aan iets over jezelf vertellen. Maar het was theater vanuit het lijf, dus misschien mocht je wat over jezelf vertellen met je lichaam en niet met woorden.

Dat lijkt me leuk. Zo zou ik begonnen zijn.

Het begon met het verzoek dat iedereen de schoenen uit moest doen. Ik had een nieuwe bloes gekocht die lekker zat beetje ruim viel. Mooie broek.

Maar ik was de hele dag al in de weer geweest, en nou ja, laat ik het maar zeggen. Mijn sokken konden beter in hun schoenen blijven. OH mijn God. Zit je daar tussen Vervolgens moesten we in een kring gaat zitten.

Zitten. Met je lijf natuurlijk Theater vanuit je lijf.

We gaan eerst zitten. Ik prop mijn voeten zoveel mogelijk in mijn knieholtes. En hoop dat ik niet ruikbaar ben. Tot overmaat van ramp gaat de docent naast mij zitten, en aan mijn andere kant het mooiste meisje van de groep.

Oh, kommer en kwel. Waarin ben ik beland met mijn euvele stinksokken. Zowel de docent als het mooie meisje zitten veelvuldig aan hun neus.

Heer heb erbarmen.

Enfin, helemaal stil zitten, en maar vertrouwen op mijn fantastische deodorant die ik natuurlijk wel in had geschakeld voor ik ging, misschien dat de deo er enigszins bovenuit kwam.

Nou heb ik niet zulke zweetvoeten, maar dit was zo net op de grens.

Ik zat dus lekker.

“Welkom op deze cursus, het lijkt me handig als jullie je nog een keer voorstellen en wat over jezelf vertellen. Dat hoeft niet perse in een keurig rondje hoor.”

Ik verblik of verbloos niet of hoe je dat ook zegt, maar draai mijn ogen wel lichtelijk omhoog. We gaan wat over onszelf vertellen, maar we gaan geen rondje maken.

Ok ok. Cool hoor.

En daar gaan we dan. Eerst mevrouw 1, dan meneer 2. helemaal tot meneer 10.

HEt duurde wel 20 minuten.

20 minuten niets met mijn lijf gedaan. Behalve dan dat mijn lijf begon te protesteren tegen het op de grond zitten dat deed het in de vorm van veel willen bewegen.

Bewegen, kwam ik daar niet voor? De draak knikt bevestigend vanachter een raam.

Ha, en dan gaan we door de zaal rondlopen. We doen leuke oefeningen, met oogcontact, geen idee dat ik dat zo moeilijk vond. De een kijkt doordringend de ander kijkt even naar mijn ogen en dan direct naar mijn lichaam. Dat is niet leuk.

Steeds als het mooie meisje naar me kijkt moet ik lachen. Zij moet ook lachen.

Zo is het leuk, dit is wel wat ik had verwacht. Maar al gauw mogen we op een lange lijn gaan zitten. De docent zet een zitkubus frontaal tov de rij.

“Hier mogen jullie straks een voor een op gaan zitten en dan alleen met je ogen een geheim vertellen.”

Steeds gaat er iemand zitten, en doet wat met de ogen. Als degene klaar is, wordt er eindeloos over nagepraat. Wel 5 tot 10 minuten per persoon.

Ik zit langer dan een uur. Ik word overal stijf, ik wil bewegen.

Er gaat een man op de kubus zitten. Met zijn ogen moet hij een verhaal vertellen.

Ik zie niets aan zijn ogen. Hij zit daar maar en kijkt ons aan. tis dat ik weet dat de opdracht is dat hij een geheim met zijn ogen moet vertellen. Maar ik zie echt helemaal niets.

Als hij klaar is, wat je merkt aan het feit dat hij glimlacht vraagt de docent of iemand iets gezien heeft.

Het ligt op het puntje van mijn tong om te zeggen dat ik niets gezien heb, niets maar dan ook helemaal niets. Maar ik wil de sfeer niet verpesten.

Dan volgen er 6 verschillende formuleringen van andere cursisten die min of meer op ludieke wijze beschrijven dat iemand niets doet.

“Ik zie een totale focus, helemaal gefocused.”

“Optimaal geconcentreerd.”

Ik hoor het aan, het mooie meisje wat alweer naast me zit, kennelijk zijn die zweetvoeten niet erg, kijkt me aan en grinnikt wat. Ze doet wel mee, maar ik krijg het vermoeden dat ze ook niets zag.

Ik voel ondertussen mijn billen niet meer van het op de grond zitten. Ik heb al 23 subtiele verschillende houdingen aangenomen om de druk vooral de verspreiden.

Ik zit nu in totaal al zo’n anderhalf uur op de grond.

Ik raak moedeloos, waar ben ik in beland.

De docent vraagt wie er nog op de kubus wilt zitten. En met zijn ogen wil laten zien, dat je iets hoort wat voorbij komt vliegen.

Ik bedenk me dat als ik ooit tegen de docent zeg dat ik vind dat we te weinig doen, ze altijd kan zeggen, dat ik dan ook initiatief moet nemen.

Ik neem direct initiatief. En ga zitten op de kubus. De vorigen lieten steeds iets van links naar rechts voorbij gaan, ik dacht:

Ik laat iets van boven naar beneden vallen.

Ik zit rustig op de kubus, en kijk ineens heel verbaasd de zaal in,alsof ik iets hoor, maar ik laat merken dat ik niet weet waar het vandaan komt, ik kijk links en recht, trek een moeilijk gezicht, spits mijn oor, op het laatst zie ik dat het van boven komt,

ik schrik en trek net op tijd de kubus weg, want dat is precies de plek waar “het” neerstort. Als “het” eenmaal is neergestort pak ik het op, het is heel klein, en ik hou het bij mijn oor om te zien of het ngo geluid geeft. En daar stopt mijn stukje.

Een paar beginnen spontaan de applaudiseren, ik ga weer zitten op de kubus en wacht op feedback.

Maar de docent zegt ineens: “Ja dat is een mooie energieke afsluiter. Ja we zijn ondertussen eigenlijk uitgekomen waar ik nog niet had willen zijn.”

Ik zit op mijn kubus en begrijp er niets van, iedereen werd tot in den treure nabesproken. En bij mij begint ze ineens aan de afsluiting van de les. Dat bevalt me niet, ik steek veelbetekend mijn vinger op vanaf de kubus. En vraag om feedback. Een aantal medecursisten knikken van dat ze het ook vreemd vinden.

“ja natuurlijk.” zegt de docent. “Ja, het was heel goed, niets op aan te merken, als je zo de aandacht hebt van je publiek, dan kun je het net zo gek maken als je wilt. heel goed.”

En dat was het. Ik kijk naar het mooie meisje, en trek mijn wenkbrauw op. Zij lacht terug.

Eenmaal afgelopen was ik geloof ik de eerste die zijn schoenen aan had. Ik groet iedereen en vertrek naar buiten.

Ik voel me moedeloos, de les duurt 2.5 uur. En ik heb bijna 2 uur op de grond gezeten.

Ik vroeg me af vanuit welk lijf dit theater nu eigenlijk was.

Ik reis naar Nijmegen, daar pak ik bus 1 naar Molenhoek, een nietszeggend dorpje in de buurt van de mokerhei. In m’n gps heb ik coordinaten van ‘t Zwaantje; een aardige herberg vlak bij het zevendal. En daar is een geweldig uitzicht over Groesbeek. Daar wil ik zitten en kijken zo ver als het maar kan. Kijken en denken. Ik struin door bossen, volg het electronisch pijltje, links rechts, rechtdoor.

Ik kom bij een groot grasveld omringd door bomen, ik word meegevoerd door het ruisen van de bladeren. Het is alsof ik een andere wereld binnentreed. Ik loop door en kom bij het Zwaantje, daar loopt een weg langs die eindigt bij het begin van het Zevendal.

Het bos is donker, af en toe fietst er iemand voorbij. Nog 800 meter zegt m’n gps. Ik zie langs de boomstammen een fel licht wat duidt op een open plek. Ik ben er bijna.

En dan ben ik er.

Het is overdonderend. Het landschap glooit bosranden verschijnen. En je kunt het Reichswald zien wat in Duitsland ligt. Adembenemend. Ik loop naar een afrit wat een stukje het uitzicht in gaat. Zeg maar een doodlopende weg, met aan het einde het mooiste uitzicht van Nederland.

Aan het einde van die weg, waar ik wil zitten en kijken en denken staat een enorme Draak.

Ik haal heel diep adem en loop naar hem toe.

“Zo ‘B’.” zegt hij spottend. “Jij komt van ver.” hij kijkt op mijn gps. “75 kilometer gereisd met de trein, een paar kilometer door het bos, om hier op deze plek na te denken en te kijken.”

Ik sla mijn ogen neer. De draak buigt zich voorover en laat zijn kop zakken tot vlak voor mijn gezicht, we staan zowat neus aan neus. De draak fluistert onverbiddelijk de woorden die ik niet wil horen:

“Je bent 78 km van je hoofdzaak verwijderd… acht… en… ze…ven…tig.”

De wind ruist door de bomen en de draak gaat rechtop zitten, zijn kop stijgt wel zo’n 6 meter.

Hij houdt zijn armen over elkaar en kijkt wat rond.

“Mooi hier hoor.”

“Draak hou maar op, ga maar weg ik wil hier alleen zijn. Ik wil nadenken.”

De Draak kijkt in de verte, wrijft over zijn kin.

“Kijk B, daar ben ik het dus niet helemaal mee eens… is dat een paard daar?” Hij knijpt zijn ogen dicht. “Ha leuk, een paard, heb ik al in geen tijden meer gezien…of gegeten.”

“Draak…”

“Wat? Oh… natuurlijk.” Hij kijkt weer naar mij. “Wat ik zeggen wilde…” zegt hij op een toon alsof hij het stof van een oud interessant boek blaast. “Is dat je helemaal niet hier alleen wilt zijn. Sterker nog, je zou het bijzonder op prijs stellen als je hier was met…”

“Ok, draak zo is het wel weer genoeg, ik wil hier alleen zijn. En nadenken.”

“Nadenken wat je eigenlijk 78 km verderop zou moeten uitvoeren bedoel je? Hebben ze trouwens ook een Hema in Groesbeek.”

“DRAAK nu is het GENOEG.” zeg ik boos. “Ga uit mijn uitzicht.”

“Oh pardon.” draak doet een paar stappen opzij, alsof hij dan niet prominent in het landschap aanwezig zou zijn. Ik hoor een paar mensen gillen achter mij. Het is een wat ouder echtpaar wat hard wegrent. De Draak glimlacht en zwaait naar het vluchtende paar.

“Hah, zeker nooit een draak gezien.” Een aantal fietsers verzamelen zich op de weg waar de doodlopende weg op uit komt, eentje begint mobiel te bellen, ze staan te ver weg om te horen wat ze zeggen.

“Draak ga nou, je zet de hele buurt hier op zijn kop, en ik kwam hier voor de rust inspiratie en…”

“Ja ja ja en om te denken. Ik snap het. Met denken, los je alles op. Dat klopt ook maar…”

“Ik weet het draak alleen denken is niet genoeg.”

“Precies!” zegt draak met een plagerig hoog stemmetje. “niet genoeg.”

“Actie moet er ook komen.”

“Werkelijk?” de draak zwaait naar de fietsers, en steekt zijn tong uit. De fietsers vluchten angstig half over elkaar heen vallend weg.

Ik laat me moedeloos op de grond zakken en ga daar in kleermakerszitten. Draak kijkt me verrast aan en doet hetzelfde. Ik moet lachen.

“Had je niet veel liever met haar hier willen picknicken of zo.” Ik kijk hopeloos naar de lucht en laat me in het gras omrollen. Draak blijft gelukkig zitten.

“Ze wil me toch niet draak. Het heeft geen zin.” ik ben ondertussen weer overeind gekomen met een grasspriet in mijn mond. “En daarom ben ik hier, ik wil een ander perspectief, ik wil haar uit mijn hoofd zetten.”

“Je wilt haar al twee jaar uit je hoofd zetten, je bent zelfs een relatie begonnen met iemand om haar uit je hoofd te zetten. Ik weet nog precies het moment dat ze weer in je hoofd kwam…”

“Ho, dat hoeft niet iedereen te weten.”

“Nee dat hoeft niet iedereen te weten, toch als je onder die omstandigheden haar niet uit je hoofd krijgt dan moet het wel iets heel krachtigs zijn om haar nu wel uit je hoofd te krijgen…

of… wacht eens even jij… jij… jij bent erg. Je bent zo bang dat je liever twee jaar wacht dat jouw gevoelens gedoofd zijn dan dat je er iets over laat merken. 2 jaar. besef je eigenlijk wel wat er voor nodig is om iemand 2 jaar niet uit je hoofd te krijgen?”

“Draak, ik heb gewoon kennelijk iets nodig om naar te verlangen, het is geen liefde, het is verlangen. Kennelijk heb ik hoop nodig.”

“Kennelijk?” dat woord gebruikte de draak altijd, alleen op bijzondere momenten eigenlijk.

“Ah, verlangen, zoals je naar een maaltijd verlangt?” hij streek over zijn buik en dacht aan de heerlijkste heteovengerechten. Daarna trok hij een brede grijns.

Ik laat mijn hoofd voorover zakken.

“Ok, jij je zin.” zeg ik. Ik zou het duidelijk moeten maken. Maar ik durf het niet. Ik durf het niet, ik durf het al twee jaar niet, dat is gedrag voor iemand van 14.”

“14, was jij niet het omgekeerde?”

Ineens werd alles donker, het landschap verdween, en sterren verschenen, alleen de draak bevond nog op dezelfde plek.

“Dit is waar je vandaan komt.” zei de draak. “De atomen in je lijf, althans, de metaalachtige atomen, die komen uit die sterren om je heen. Je bent ontstaan uit sterrenstof wist je dat?”

Ik knik en kijk om me heen. “Vanuit de ruimte zijn sterren zoveel helderder.”

“Alles wat je ziet.” ging de draak verder. “Althans al dat licht wat je ziet, al die sterren zijn dood. Ze branden wel, maar ze leven niet. En toch door regelmatig te exploderen, hebben ze jouw voortgebracht. Het meeste in het universum is leeg en leeft niet, maar jij leeft wel.”

Ineens zat ik weer in het Zevendal. De draak was weg, de fietsers ook. Het oudere echtpaar liep alsof er niets gebeurd was, alsof er geen tijd voorbij was gegaan, rustig langs de bosrand. De sterren gloeiden nog op mijn netvlies na.

Ik keek naar de vergezichten, naar de bosranden, de koeien die op de heuvel afstaken tegen de blauwe lucht. Ik denk aan ierse muziek. Aan voorbije tijden. En vraag me af of het toen anders was. Of ik anders zou zijn in andere tijden.

Vergeefse gedachtes.

Ik ben tot leven geblazen sterrenstof. Misschien is dat eigenlijk wel onmogelijk. Maar het is toch zo… Hele sterren moesten er voor exploderen en geboren worden, zodat ik leef. Hoe onmogelijk is dat eigenlijk? Hoe onwaarschijnlijk? Het is een zeer onwaarschijnlijk verhaal toch? En toch is het zo gegaan.

Ik begrijp wat de draak wilde zeggen; niets is onmogelijk. Maar is dat met de liefde ook wel zo? Liefde is niet af te dwingen toch? Liefde is niet echt te sturen… tenminste alleen…

Maar als er liefde is, is niets onmogelijk.

Ik voel de draak knipogen.

Ik sta op en vervolg mijn reis, door de bossen richting Groesbeek waar ik bus 5 naar Nijmegen pak en vandaaruit reis ik weer terug naar huis… met de trein.

“Zodra je het vermoeden hebt,

dat je er later om kunt lachen,

zou ik alvast maar beginnen.”

lao tzoen

(1375- 2003)

Volgende Pagina »