september 2005


Draak keek alleen maar naar B en B keek alleen maar naar Draak. B durfde niets te vragen.
“Waar sta je nu B?” vroeg Draak.
“Aan de Bosrand Draak.”
“Ik heb met de Draakoudsten gesproken over een eventuele opleiding tot Draak. Zij gaan akkoord. Maar ze spraken wel hun bezorgdheid uit. Immers je bent geen Draak. Althans uiterlijk niet.”
“Nee. Dat lijkt me ook niet.”
“Zij vroegen zich af of je uiterlijk ook een draak wilde worden.”
“Nee Draak ik wil uiterlijk geen draak worden.”
“In dat geval is er geen enkel probleem.” zei draak triomfantelijk.”Behalve dan dit ene ding.” hij boog zich voor over en hield zijn hoofd schuin voor B.
“Weet je zeker B, dat je deze opleiding wilt? Als je eenmaal getekend hebt is er geen weg terug. Je zult de opleiding moeten afmaken. Je zult alle opdrachten moeten uitvoeren. En ze zijn niet makkelijk.”
“J… ja Draak ik wil het echt ik weet dat er twijfel in mijn stem klinkt, maar ik wil het echt.” B sloeg zijn ogen neer. Draak had geruisloos een pen en een papiertje tevoorschijn gehaald.
“Dan kun je hier tekenen.”
B pakte de pen, en zette zijn handtekening. Draak sperde zijn ogen wijdopen.
“je hebt het niet eens doorgelezen.”
“Ik vertrouw je Draak.”
“Puh, les een is juist, vertrouw nooit een andere draak dan jezelf.”
B keek verschrikt op.
“Grapje B, grapje.”
“Wanneer beginnen we Draak, wanneer beginnen we met de lessen?”
“Nu.” zei draak en richtte zich weer rechtop. “we beginnen enigszins mild. Je hebt vast wel eens gezien dat ik heel erg stil kan zitten.”
“Ja dat is me wel eens opgevallen.”
“Prima, de eerste opdracht is heel simpel, de simpelste misschien wel.”
B leek zich te ontspannen maar vermoedde een addertje onder het gras.
“Les één van “hoe word ik een Draak” is de volgende; wees onbeweeglijk.”
“Onbeweeglijk?”
“Ja.”
“Dus ik mag me niet meer bewegen?”
“Zo min mogelijk. Zowel geestelijk als lichamelijk, zoek overal waar je bent zo snel mogelijk een punt van onbeweeglijkheid op. Ga je bij iemand op bezoek, ga gewoon ergens zitten en beweeg je nauwelijks tot niet, reageer zo min mogelijk op je omgeving.”
“Ah, dat klinkt makkelijker dan het is.”
“En dat is het ook.” zei draak geheimzinnig.
“maar, hoe doe ik dat dan?’
“juist niet.” zei draak. “Je doet juist niet. Je vertraagd. Slow down. Alles naar 0.”
“Hmm, ik vind het niet duidelijk Draak.”
“Wordt onbeweeglijk B, in praten denken en doen. Precies 2 weken. Pas op de plaats. Overal waar je bent, zo snel mogelijk naar het punt nul.”
“Moet ik thuisblijven?”
“Nee, natuurlijk niet. Het komt er op neer dat je min of meer tot stilstand komt. Dus ga bijvoorbeeld niet wandelen in een bos, maar blijf een uur op een plek. Ga je de stad in? Drink koffie, in een tent, maar doe niets. Geen krant lezen, niet schrijven, ook geen praatjes aanknopen. Helemaal niets, Behalve koffie drinken en zo min mogelijk bewegen. Ga je ergens eten, spreek heel weinig, alleen de nodige woorden, en beweeg zo min mogelijk, alleen als het niet anders kan.
“Dat doen sommige oude mensen, dat is saai verdomme.”
Draak snoof minachtend. “Denk maar raak B. Maar je zult dit moeten uitvoeren wil je ooit een draak worden.”
“waarom?”
“Om de juiste momenten te leren herkennen natuurlijk.”
“Juiste momenten voor wat.”
“Eerst onbeweeglijk worden.” neuriede Draak en maakte aanstalten om weg te vliegen.
“Draak! Maar ik wat… en…”
“Tijd gaat nu in!” Draak vloog weg.
“Maar kan ik je in de tussentijd nog spreken?”
“Tot over twee weken!” riep draak vrolijk.
B keek chagrijniger dan ooit, wees onbeweeglijk, wat een onzin. Ga gewoon ergens een uur zitten en doe niets. Gadverdamme. Wat een rotopdracht. B dacht aan oosterse filosofen, die het stil zijn zo belangrijk vinden. Dit was misschien wel net zoiets.
Hij liep mopperend het bos in piekerend over hoe hij deze opdracht zou gaan uitvoeren.

Het was nacht. B zat aan de bosrand en keek naar de sterren en voelde zich onrustig. Draak was nu al een tijdje weg. En B miste hem. Maar was ook bang voor zijn terugkeer. Wat zou draak gaan doen. En hoe zouden die lessen zijn. Zou B het durven…

Er bewoog een schaduw voor de sterren. B herkende het geruis. Iets groots, iets enorms, iets drakerigs landde in het weiland, recht voor B. Twee lampjes leken aan te gaan toen draak zijn ogen open deed.

B zat op de grond en leunde tegen een grote knoestige Eik.
“Ik wil iemand die voor me vecht.” mompelde B. “jaren heb ik nooit gevochten voor de liefde, nooit echt tenminste. Altijd bang voor een bloedneus. Maar ik wil er nu voor vechten, ik heb er voor gevochten, en ik heb schrammen en builen en het hoort erbij.”

De Eik zweeg.

Kan het zijn dat je soms in je leven een fase meemaakt waarin je niets meer weet? Dat je in feite over alles hebt nagedacht, maar er achter komt dat de werkelijkheid zich toch niet laat controleren, en als je de werkelijkheid controleert het een saaie dogmatische stroperige vertraagde film wordt?
Alsof alles een loopje met je neemt.

Een slaaf van je eigen verwachtingen, door illusies bevangen om die zogenaamde harde werkelijkheid niet te hoeven zien?

In hoeverre is je leven een afweer. Een afweer tegen diepere angsten die er misschien vroeger in zijn geramd en zich nu genesteld hebben in een fatsoenlijk leven? Je hebt een baan, huis, vrouw kind, of je bent alleen, werkeloos en piekert over je leven.

Misschien heb je veel vrienden, en een gelukkig leven maar knaagt er toch wat. Misschien wil je niet ouder worden, of ben je bang dat je partner vreemd zal gaan, of dat je kinderen iets overkomt.

En in hoeverre is zijn die levens geen afweer? Een afweer tegen datgene waar je werkelijk bang voor bent? Vrijheid van jezelf en van anderen.
Je kinderen hebben de vrijheid zich tegen je te keren, je vrouw heeft de vrijheid om bij je weg te gaan. Jij hebt de vrijheid om weg te gaan. Iets anders te gaan doen.

Hoeveel vrijheid durf je aan? Of stort je je in een project met het gevoel dat je daardoor belangrijk wordt?
Misschien werk je omdat je hoopt dat je promotie maakt over 10 jaar. Misschien werk je omdat je niet thuis wilt zijn, bij je partner en kinderen. Misschien ben je kunstenaar en leef je van het maken van postkaarten en droom je van roem en galerieën? Of je bent componist, en verdien je een aardige zakcent aan het maken van reclame muziek, maar droom je jezelf een tweede Bach.

Misschien schrijf je op weblogs omdat je dan gelezen wordt zodat je je minder eenzaam voelt omdat je denkt dat eenzaamheid allesverterend is als je er teveel van krijgt.

Waar zitten je werkelijke afweersystemen? Sex je ruzie weg? Maak je het goed omdat je bang bent de ander kwijt te raken? Tast je elke dag je borsten af op zoek naar eventuele knobbeltjes en vergeet je van je lichaam te houden?

Streel je nog?
Heb je nog lief?
Voel je nog tederheid.
Zie je nog tederheid.
Hou je nog echt van iemand?
Kun je alleen zijn.
Vertrouw je je lichaam?
Jezelf.

Moet je leven alsof het je laaste uur is? Of geeft dat enorme stress? Is verlicht worden niet een veel te grote onmogelijke opgave en is accepteren hoe alles is niet veel beter.
Of moet je vechten, vechten tegen alles, beter worden, jezelf verbeteren. Niet stilstaan, groeien.

Groeien in een lichaam wat langzaam toch wel sterft.

Of maakt het allemaal niet uit, en is het niet wat je meemaakt maar dat je uberhaupt iets meemaakt de grootste waarde, het feit dat je leeft en niet hoe je leeft.

Er zijn geen regels, de behoefte aan levensregels leidt tot godsdienst, godsdienst leidt tot rigiditeit starheid, kortom de dood.

Maar bestaat er dan geen God. Ik denk van wel. Ik denk dat wat ik denk dat ik ben maar een klein onderdeel is van een groter geheel. En ik denk dat dat grotere geheel wel eens in contact zou kunnen staan met al die andere grotere gehelen. En al die verbindingen, dat hele netwerk. Dat is God.
En aan dat netwerk kun je vragen stellen, en je krijgt antwoorden.

Ga maar na, je hersenen bestaan uit atomen, en atomen bestaan uit nog kleinere deeltje, uiteindelijk kom je op quantumniveau, en dan gebeuren er gekke dingen, de boel blijkt in contact met elkaar te staan, zelfs tijd schijnt minder belangrijk te zijn.

En daar zijn we allemaal uit opgebouwd. Er zitten deeltjes in mijn lijf die ooit in dinosaurussen hebben gezeten. Er zitten deeltjes in mijn lijf die ooit in duizenden andere mensen hebben gezeten.

Ik besta letterlijk uit duizenden andere dingen levende wezens, sterren. Noem maar op.

En al die miljarden atomen en andere deeltjes, die vormen te zamen een Badaboem die schrijft en piekert over zijn leven. Die van D houdt en haar mist. Die door bossen loopt op zoek naar tekens die richting geven aan zijn leven. Die een weg terugzoekt naar haar…

enfin.

Ik moest de was maar eens gaan doen,
strijken,

en een bakje koffie.

Liefs,

B.

B was ongedurig. Hij wist het niet meer. Draak vloog vrolijk rondjes en jaagde op duiven. B was gaan twijfelen over Draak. Draak hoorde bij D. Maar D durft niets meer van zich te laten horen. Had Draak zijn functie verloren? B voelde dat de glans er af was. Draak had een vuurslaap achter de rug. En was energieker dan ooit. Maar het contact tussen B en de Draak was niet meer wat het was. Ze kwamen niet meer tot de kern.
B keek naar de Draak die hoog in de lucht speels duiven uit de lucht brandde. Hij moest lachen. Hij wilde helemaal niet zonder draak. Draak was zijn verdrongen agressie. Hij had draak in het leven geroepen om verboden en verwrongen emoties gestalte te geven en er mee te leren omgaan. B was de Draak zelf, en dat zat B dwars. Als hij de Draak kwijt was, was hij een deel van zichzelf kwijt.
Moest de Draak niet geinternaliseerd worden? Nu was het een gesplitste entiteit. Moesten B en de Draak niet een geheel worden? Of was het juist die dialoog die Draak en B tot een geheel maakte…
Draak was ondertussen geland en stond voor B. Draak was als altijd imposant en boezemde of je het nu wilde of niet ontzag in.
“Zo B.” zei hij met zijn onberispelijke stem. “Ik begrijp dat je afscheid wilt nemen?”
B wist niet wat hij zeggen moest, draak had zijn gedachten gelezen.
“Ik wil geen afscheid van je nemen draak, maar de glans is er af. We hebben niet meer dat contact wat we eerst hadden. Maar je vertegenwoordigt wel een eigenschap een deel van me wat lang onderdrukt is geweest. En ik wil dat niet meer kwijt. En ik heb nu het gevoel dat ik het kwijt ben.”
“En daarom wil je afscheid van me nemen. Omdat je geen contact meer met mij voelt.”
“Ik weet het niet, moeten wij juist niet integreren. Of is onze dialoog nu de integratie, ik weet het niet meer Draak…”
Draak trok zijn wenkbrauwen op.
“Misschien verwacht ik te veel van je Draak, misschien reken ik te veel op je wijsheid.”
“Misschien misschien, daar heb je dat woordje weer, gebruikte je vroeger ook al zo vaak.”
“Ja het is een twijfel woord.”
“Doe niet zo moeilijk, neem afscheid van me of niet.”
“Maar dat is zo zwart wi, ik bedoel moet ik niet nog veel meer van je leren. Moet ik eigenlijk niet leren om een Draak te worden.”
Draak keek hogelijk verbaasd.
“Wat? Wil jij dat ik je leer om een draak te worden?”
Draak kreeg een uitdrukking die B nog nooit eerder gezien had. Draak barstte in lachen uit, en braakte daarbij pardoes een blauwe vuurbal uit. B ontweek het net.
“Jij wilt dus dat ik je leer om een draak te worden.”
“ja.”
“En dan denk je dat ik overbodig ben of zo?”
“Ik denk dat we niet meer gesplitst in een verhaal moeten leven. Ik wil jouw kwaliteiten in het echte leven van de schrijver plaatsen, en dat zou via mij moeten kunnen.”
Draak kneep zijn ogen halfdicht.
“hmm, durft die Schrijver dat wel?”
“Ik denk het wel.”
Draak was stil en dacht diep na. Hij hield zijn klauw bij zijn mond, en keek omhoog naar de blauwe lucht.
“Wil je dan ook leren vliegen?”
“Nou nee, althans, metaforisch gezien misschien, hoewel ik nog geen flauw idee heb wat dat vliegen dan voor mij zou betekenen.”
“Het betekent dus dat we dingen gaan doen die de schrijver in het echt gaat doen.”
“Precies!” zei B enthousiast.
“Dingen die hij niet durft!” riep de Draak valse glimlach.
“Juist!”
“Gevaarlijke dingen.” zei Draak plagerig met een zware stem.
B tuitte zijn lippen.
“Misschien.”
“lafaard.”
“Nou geen levensbedreigende dingen denk ik, tis wel een schrijver natuurlijk.”
“Natuurlijk.”knikte de Draak en werd weer stil.

Na een tijdje zei hij:
“Ik moet hier over nadenken.”

Hij draaide zich om en vloog weg.

Volgende Pagina »