Draak landde weer op het gras aan de oever van de rivier. Het was hier nog steeds nacht en het kampvuur brandde nog.
B voelde zich gefrustreerd. En ging in kleermakerszit mokkend naar het vuur staren. Hij kreeg het veel te warm maar had geen zin om zich te verplaatsen. Er kroop een torretje over zijn knie. En B schoot het beestje met zijn middelvinger langs duim het vuur in. Een klein knalletje klonk. Ja nou ja, hij was geen boeddhist toch.
Meteen floepte er een verhaal in B zijn hoofd. Over het leven van het Torretje. Dat het Torretje al zijn levenlang op zoek was naar de ware Knie. En eindelijk had het Torretje de ware Knie gevonden en…
B hoorde Draak lachen.
“Tis maar een torretje.” smeulde Draak. Met iets van genoegen in zijn stem.
“Twas een Torretje.” zei B met een vleugje spijt in zijn stem.
Er overviel B een leeg gevoel. Draak leek ineens zijn glans te verliezen, het kampvuur zijn charme, de sterren leken fletser, en het torretje steeds menselijker. Geen verklaringen meer. Wat dan wel?
“Betekenis.” zei Draak rustig. “Het gaat om betekenis. Wat betekenen dingen. En welke betekenis geef je aan de dingen. Door het tweede zie je het eerste niet meer.”
“Dus het wordt tijd om het eerste weer te leren zien.” mopperde B. Draak schudde zijn hoofd.
“Het gaat erom dat je het verschil weer leert zien.”
“Ah, dat is vast moeilijker dan het lijkt.”
“Het is juist heel makkelijk.”
“Tuurlijk.”
“Neem een stoplicht wat op groen staat.”
“Dat betekent dat je door mag rijden.”
“Wat betekent een boom?”
B keek verrast. “Een boom? Hoe bedoel je.”
“Gewoon, wat betekent een boom.”
“Maakt zuurstof?”
“Dat is wat ie doet, niet wat ie betekent.”
“Ehm… een boom betekent iets van oerkracht natuur, gratie, en sommige eiken vind ik koninklijk mooi. Hoe de blaadjes in het zonlicht glimmen.”
“Dat is wat een boom voor jou betekent.” Draak keek vurig en zwaaide met zijn staart.
“Ja dus… een boom betekent op zich eh… niets?”
Draak zweeg, en B vroeg zich af of hij het we begreep.
juni 2006
juni 30, 2006
juni 29, 2006
Vandaag of morgen zal blijken *hoe* de belgische meisjes zijn vermoord.
Ik wil dat gvd helemaal niet weten! Wat gaat mij dat nou aan,
en welke onverlaat op de nabestaanden na zit nou op dat soort nieuws te wachten?
Kan ik zulke berichtgeving eigenlijk nog ontlopen?
Waarom moet ik lezen over spijkerbroekjes die op de knieën lagen en gescheurde onderbroekjes,
Hoe zou u het vinden als de leerkracht van de klas waar de meisjes in zaten deze informatie uitgebreid
zou gaan vertellen aan de klasgenootjes? Wat is dat voor perverse waanzin? Is het niet genoeg om te weten *dat* ze zijn vermoord?
Waarom willen wij krantlezers meer weten?
Omdat we dan lekker kunnen walgen?
Omdat we dan nog geschokter kunnen zijn?
Wie gaat er eigenlijk vanuit dat *wij* meer willen weten?
Stelletje necrofiele persmuskieten!
juni 28, 2006
De Schrijver zag hoe B en de Draak wegvlogen de donkere nacht in richting china. Hij voelde zich wat verlaten. En kreeg het idee dat hij er meer alleen voor stond. Had bij fouten gemaakt? Zat hij er naast in zijn waarnemingen? Maakte hij zich te druk? Allemaal zinloze en energieslurpende vragen. Hij liep verder langs de stromende rivier en over het zachte gras. Aan de ene kant was alles goed, en aan de andere kant voelde alles fout. Waar lag zijn passie? Waar ging alles van stromen? Wat was het precies waar de Schrijver werkelijk van opleefde?
De Schrijver had niet in de gaten dat er iemand achter hem liep. Het was pas nadat deze zich met een onschuldige kuch kenbaar had gemaakt dat de Schrijver schrok, zich omdraaide en aangenaam verrast was.
“Kameel!” riep hij. “Dat is lang geleden! Hoe gaat het met je.”
“Met mij is alles goed.” zei hij deftig met uitgestreken gezicht.
“Tis alweer een jaar geleden of langer…” zei de Schrijver.
“En je wilt inzicht is het niet? Inzicht van een kameel.” de stem van de Kameel was fascinerend; zangerig, hoog en geaffecteerd. Maar niet overdreven. De stem van een aristocraat.
De kameel begon onverschillig te kauwen op iets ongedefinieerds, eerst met onderkaak van links naar rechts en daarna van rechts naar links.
De Schrijver glimlachte. “Ja, dat klopt Kameel. Ik wil je raad je advies.”
“Ach.”
Ze begonnen te lopen.
“Ik wil uitzoeken wat mijn passie is Kameel, op zich ligt het voor de hand, namelijk schrijven en componeren, alleen ik vind er geen werkelijk genoegdoening in. Het zijn beide middelen om uiting te geven aan gemis, het zijn opvullingen, geen aanvullingen in mijn leven.”
De kameel spoog het ongedefinieerde weg en raakte daarbij welgemikt een nachtvlinder. Direct daarna scheen de Kameel op een nieuw iets ongedefinieerds te kauwen, onverstoorbaar. De Schrijver herkende iets van Draak in de Kameel.
“En daarmee denk ik dat beide misschien wel een talent zijn, maar geen passie.”
“Passie en talent.” zei Kameel langzaam en slaakte een diepe zucht. Op zich redelijk emotioneel voor een Kameel.
“Kameel? hoor ik emotie?”|
“Nee, ventilatie, ik koel mijn neusgaten.”
De Schrijver keek even bezorgd naar de Kameel. En hij vroeg zich af of het wel zin had om een hoogbegaafde kameel om advies te vragen over passie.
Ze liepen zwijgend verder. Na een tijdje verbrak Kameel de stilte.
“Dus je bent op zoek naar je passie, hoewel die passie misschien recht voor je neus ligt, zoals muziek en schrijven, geloof je ergens niet dat het je passies zijn.”
“Nee.”
“Ik begrijp dat je mijn advies wilt.” zei Kameel. “het is een uitermate complexe vraag. Allereerst moet je passie van natuurlijke driften onderscheiden. Want daar zitten een hoop dingen tussen waar je aardig in kunt opgaan. Daarnaast wil je ook nog je talenten buiten beschouwing laten. En je hebt gelijk, talent en passie zijn in feite niet hetzelfde. De vraag is alleen zijn ze ooit samengesmolten geweest?”
B dacht na, op de basisschool schreef hij verhaaltjes, sciencefiction verhaaltjes. Jammer dat die verloren waren hij had zichzelf nog wel eens willen lezen. Die verhaaltjes schreef hij gewoon. Pianospelen deed hij vanaf zijn 4e jaar, misschien een jaar later, en had zichzelf alles aangeleerd, zijn ouders hadden dat niet eens opgemerkt, pas toen hij 12 was, viel het een van zijn ouders op dat hij kon pianospelen.
Het waren allebei solitaire bezigheden geweest…
Kameel keek bedrukt.
“Ik denk dat je passie gescheiden van je talent is geraakt. Je hebt geen voedende omgeving gehad. Althans niet van de mensen, je hebt jezelf gevoed. Op zich een bijzondere prestatie. “Je talent heeft overleefd, maar je passie niet.
“Lekker somber Kameel.”
“Och.” zei Kameel onaangedaan.”
“Tis maar een verkla…”
De kameel spatte als een zeepbel uit elkaar met de knal van een ballon.
“Gewoontes zijn hardnekkig.” klonk een wijze stem. De Schrijver schrok, draaide zich om en keek ietwat betrapt in het gezicht van een oude wijze chinees.
En hij glimlachte sereen.
juni 27, 2006
“Ik geloof meneer Lao Tzoen, dat ik nog te weinig verantwoordelijkheid neem voor mijn leven.” riep B alsof hij het tegen een dove had.
“Goedzo!” riep Lao even hard terug. “Beter te weinig dan helemaal niets!”
B dacht ineens dat hij gebruik moest maken van zijn ontmoeting met de wijste mens ter wereld, zo kwam hij toch niet verder, misschien moest hij iets anders vragen. B dacht diep na, en kwam door de zenuwen niet verder dan:
“Wat is de zin van het leven?”
“Dat.” zei Lao.
“Wat?”
“Nee dat.”
“Wat is *dat* dan”
“Wat jij wilt.”
B slaakte een hele diepe zucht. Lao knikte goedkeurend.
“Ik weet niet wat ik wil Lao, ik wil er eigenlijk achter komen wat ik werkelijk wil.”
Lao keek niet begrijpend.
“Je hele leven heeft min of meer geleid tot het moment nu, hier, en hier en nu. En nu is niet wat je wilt. Je wilt niet hier zijn.”
“Eigenlijk niet nee.”
“Toch ben je hier.”
“Ik kan zo weer weg.”
“En ben je dan waar je wilt zijn.”
“Nee, ik denk het niet.”
“Dus kun je nog net zo goed hier zijn.”
“Is die hypothese dan zo’n onzin? Het kan toch een verklaring zijn waarom ik niet werkelijk onafhankelijk durf te zijn… omdat ik hoop op een of andere interventie, op redding om het zo maar eens te zeggen. En als ik het zelf doe dat die hoop dan verdwijnt… en.”
“Inderdaad.” zei Lao. “En?”
“Eh.”
“Daar zit een gapend gat niet? Daarna wordt het mistig voor je ogen…” Lao maakte een mistig gebaar voor zijn ogen.
“Jawel, alleen eh…”
“Er zijn twee mogelijkheden meneer B. Of uw hypothese is waar, of het is niet waar. En wat gebeurt er precies alstie waar is?”
B dacht na.
“Als het waar is, dan zou ik meer verantwoordelijkheid kunnen nemen en me beseffen dat de grote tegenkracht een angst is die mijn eigen kracht tegenhoudt en dat besef geeft me de moed om de vader en moeder substituten op te geven.”
Lao klapte van enthousiasme in zijn handen.”Prachtig ik had het niet beter kunnen formuleren, en wat nu als het niet waar is.”
B dacht nog dieper na. Woog van alles tegen elkaar af… “Nou dan zou ik of zoeken naar een andere verklaring of, eh… in iedergeval zou alles tot dan blijven zoals het nu is… geloof ik.”
“Exact!” riep Lao enthousiast. “Dus om je kracht te ontwikkelen je leven te optimaliseren, hangt volledig af van of de hypothese waar is of niet, alstie waar is ga je aan de slag, en alstie niet waar is dan gebeurt er niets.”
“Eh.”
“Wat was je streven ook alweer? Onafhankelijkheid?” Lao keek hem uitdagend aan. “Ben je nu niet helemaal afhankelijk van of de hypothese waar is of niet?”
“Ehm…”
Lao boog. “Gewoontes zijn hardnekkig.” zei hij zacht.
B was verbijsterd en wist niets meer uit te brengen. Behalve wat stotterende geluiden. Hij keek naar Draak. En daarna weer naar Lao.
“Hoe kom ik uit deze cirkel Lao?”
“Nu is de cirkel de externe autoriteit, van het dominante type dan wel.”
“Maar en, dus ik… eh… verdorie.”
Lao glimlachte. “Er is helemaal geen weerstand om je leven te verbeteren.”
“Ik snap het niet.”
“Uitstekend, en zodra je iets niet begrijpt, wil je verklaringen vinden. En met die verklaringen laat je de werkelijkheid niet aan het woord, of je filtert de waarheid met je verklaringen, vertroebelt…”
B voelde zich vreemd rustig worden.
“Je verbetert je leven eenvoudigweg niet.”
“Zomaar zonder reden?” B werd nu zenuwachtig. Het voelde als een doodlopende weg.
Lao knikte.” Zonder reden, zonder verklaring…
“waarom wil ik dan zo graag de boel verbeteren?”
“Misschien hou je ervan om dat veel te roepen en te denken.” antwoordde Lao.
“dat is een verklaring!” riep B.
Lao Tzoen ontplofte als een zeepbel met de knal van een ballon.
“Wat krijgen we nou?” riep B in de war. “Draak wat gebeurt er?”
Draak keek om zich heen en rekte zich uit. “Je hebt de Boeddha gedood.”
“Wat?” B keek ontredderd. “Ik heb wat?”
“Je hebt de Boeddha gedood, dat is goed.”
“Goed?! Lao Tzoen gedood? En dat is goed?”
Draak haalde zijn schouders op.” Je hypothese B, is heel interessant maar zo nutteloos dat je er zelf een boeddha mee kunt opblazen. De hele wereld zit vol met dat soort interessante hypotheses. En het geeft niet, het is ook heel interessant, maar…”
“Maar wat maar?”
“Uiteindelijk blaas je er iets of iemand mee op.”
“En waarom is dat dan geen verklaring?”
“Wat mij betreft is het een constatering.” Draak bood zijn schouders aan, en B sprong er geheel uit het veld geslagen op. Lao Tzoen had toch hele wijze woorden gebruikt, over hoe afhankelijk B zich steeds maakte, zelfs van theoriëen die onafhankelijkheid beschreven? Maar theorieën en of verklaringen, zijn dus dekmantels, en legitimeren uitstel… of houden de werkelijkheid uit het zicht. De mogelijke werkelijkheid…
“Het hele gebied van de theoriëen hypotheses, en andere verklaringsmodellen, is niet het oplossingsgebied van jouw probleem.” hoorde B een stem in zijn hoofd zeggen, de stem leek verdacht veel op Lao Tzoen.
B ontspande zich wat en voelde de wind langs zijn gezicht.
En ze vlogen over een onbetekenend dorpje wat aan een onbetekenende berg lag en op de top zat een onbetekenende man op een steen. En zijn glimlach was sereen.
“Dat rijmt.” zei Draak.
juni 26, 2006
Gisteren leverde ik een huwelijksdvd af bij het echtpaar. Het was een leuke film geworden. Muziek op de juiste plek, de emoties op de juiste plek. Het was een warm huwelijk met een grote vriendenkring. En je kon duidelijk zien dat vriendschappen een centrale rol speelde. Warme vriendschappen.
Er ontstaat een vreemd genegenheid. Ik zie die mensen zo’n 3 weken continue op mijn computerscherm, elke emotie van frame tot frame ken ik op een gegeven moment uit mijn hoofd. En ik vond deze mensen sympathiek.
En dan bel ik aan en lever de dvd’s. Ik word uitgenodigd om nog wat koffie te drinken. Het is wennen om ze in hun gewone kleding te zien, ik heb ze tenslotte 3 weken lang in bruidskleding zien rondlopen. Daarna krijg ik de neiging om amikaal te doen, en amikaliteit te verwachten, 3 weken lang heb ik intensief met deze mensen opgetrokken, en ze voelen als goeie vrienden. Ik had dat met mijn vorige opdracht niet overigens.
De zus van de bruid was er ook. Zij had m’n hart gestolen met haar witte laarzen, en grote glimlach… ze stond nu in de tuin.
De bruid kijkt niet op of om, ze heeft haar kind op de arm. Het kind begint te huilen zodra ze mij ziet. Een onbekende in huis. Help. Er wordt me geen stoel aangeboden. De bruidegom biedt me wat koffie aan. De zus, komt binnen en groet afwezig. Ik vraag wat naar hun huwelijksreis. Er komt niet heel veel uit. De bruidegom vraag of ik mee wil kijken, ze willen de film direct zien. Ze vinden het prachtig. Ik zit wat onhandig op de bank, het is zo’n bank waar je of in wegzakt of op het puntje klaar voor de start kan zitten. Ik wissel beide posities. Ik voel weinig contact. Ze zijn erg blij. De zus moet eerder weg, ze neemt haastig afscheid. Ze roept van een afstandje naar mij dat ze de film erg mooi vindt en vertrekt; ik zie door het raam dat ze bijna van haar fiets valt, het gaat goed. De twinkel in haar ogen die ik de afgelopen drie weken zag, is er niet.
De bruid en de bruidegom bedanken mij. En ik bedank hun. De bruidegom geef me geld. Hun kind heeft ook de hele film gezien.
“Hij kijkt nooit tv.” zegt de bruid verbaasd. Het kind kijkt me aan, en huilt niet meer. Maar lacht ook niet, is gewoon heel moe.
“Last van stemmingswisselingen.” zegt Papa. “Wel twintig keer op een dag.” Ik knik begripvol naar de ouders.
“Zwaai maar.” zegt mama tegen kind als ik bij de deuropening sta.
“Ik zwaar voor de grap zo enthousiast en zo betrouwbaar mogelijk naar het kind. Het papa en mama moeten lachen. Ik zwaai alsof ik afscheid neem van goeie vrienden.”
De deur slaat dicht, ik voel het geld in mijn achterzak en voel me een hoer. Een moedeloos gevoel overvalt me. Ik ben totaal niet blij met dat geld. Ik kijk nog een keer om, en ik betrap me erop dat ik ergens hoop dat ze daar vanachter het raam staan om me uit te zwaaien. Dat het kind van hun, naar me toe was gelopen enthousiast en glimlachend, dat de zus met de witte laarzen naast me was komen zitten en belangstellend was geweest. Dat dat…
Woede overvalt me. Waar ben ik mee bezig? Dit is werk. Hou op met die flauwekul.
Ik stap op de tram en ga met m’n broer koffie drinken in een kroeg.
En de werkelijkheid kijkt me rustig aan, ik knipoog terug.
ps.
Op het einde van de film, na de aftiteling zit er één frame met een stukje tekst in spiegelbeeld. Het flitst als een omgekeerde knipoog op en je moet de dvd speler op pauze zetten en een spiegel pakken om het te lezen:
“I love the white boots.”