En terwijl de wind waaide, kleurde de schaduw van de Aarde de Maan rood. B voelde zijn haren alle kanten op wapperen. De gedaante kwam steeds dichterbij. De figuur had een kap en hulde het gezicht in het duister.
De gedaante deed langzaam de kap af. B keek naar haar. Naar Lilith. En Lilith keek naar B. Hun huid lichtrood door de maansverduistering. Alles stond in een lichtrode gloed. B deed zijn ogen even dicht.Hij voelde het ruisen van de bomen ook in zich, het duizelde hem even. Hij deed zijn ogen weer open en keek in de ogen van Lilith.
Ze stond daar, onbeweeglijk en keek naar B. Hij voelde haar kracht, het was een soort natuurkracht, een oerkracht, zoals de donder en de wind. Een vernietigende en scheppende kracht tegelijk. B voelde zich niet op zijn gemak.
Lilith lachte, knipte in haar vingers de wind hield op, er klonken alleen nog krekels.
“B.” haar stem leek overal vandaan te komen.”
“Lilith.” zijn stem kwam maar van één kant.
Lilith liep naar hem toe, gracieus krachtig soepel, B voelde zich minderwaardig. Ze stond vlak voor hem. Ze keek hem aan, onderzoekend, ze leek hem van binnen te bekijken. B voelde zich alsof hij ging flauw vallen. Lilith nam meer afstand.
“Lilith.” zei B die zich steeds zwakker begon te voelen. “Ik wil weten waarom er zo’n strijd is tussen man en vrouw, en eigenlijk wil ik weten waarom ik zo’n strijd voer met de liefde.”
“Dat wil je helemaal niet weten.” zei Lilith. ” Je wilt weten hoe het kan dat het lijkt of iemand van je houdt, maar jou uiteindelijk toch afwijst. Je wilt weten hoe het kan dat misschien iemand inderdaad liefde voor je voelt maar toch wegloopt. Je wilt weten, of je je vergist had of niet.”
“Ik weet niet of ik dat we wil weten Lilith, de uitkomsten lijken me niet positief.”
“Stel dat het waar is. Stel dat je het juist zag, dat je zag dat ze in wezen van je hield, maar dat haar problemen haar in de weg stonden, dat ze dat gevoel van liefde voor jou niet kon beseffen, dat ze er niet met haar gedachten bij kon. Omdat zodra ze aan de toekomst ging denken zag ze een scenario waar jij niet inzat, omdat haar gedachten direct die liefde ontkrachtte, haar denkbewustzijn kon dat niet bevatten. Stel dat ze een of andere knoop had waardoor ze haar eigen doemscenario’s de overhand liet krijgen en de werkelijkheid wegpoetste. “
B voelde zijn maag ineenkrimpen.
“En wie is er dan uiteindelijk weggelopen?” zei Lilith. Haar woorden klonken als stalen machines die in elkaar botsten, roestige radaren die…
“Wie heeft er nou gezegd dat je haar de komende paar jaar niet meer kan zien omdat het te pijnlijk is?”
De aarde begon te beven, stoomwalsen kwamen op B af. Flatgebouwen wankelden en stortten in.
“Wie heeft het nu opgegeven?” zei Lilith. “En als ze bindingsangst heeft of had, had je je dan niet wat meer afstand kunnen nemen en als jouw verdriet over haar werkelijk evenredig is aan de liefde die je voor haar voelt, waarom zou je haar dan niet meer willen zien? Omdat je denkt dat je niets te bieden hebt? Dat het een broer zus relatie wordt? Nou en? Echte liefde staat niets in de weg?”
“Waarom ben jij niet teruggegaan naar Adam?” zei B kwaad. Lilith lachte hard, maar haar ogen niet.
“Heb je die geschiedenis wel eens goed gelezen? Is het je niet opgevallen dat Adam mij terugwilde, maar er geen stap uit het paradijs voor durfde te zetten? Als hij voor mij had gevochten had ik hem teruggewild. Het feit dat ik “terug” moest komen was precies de reden waarom ik wegging.”
Lilith ’s blik was afgedwaald… ze keek naar de maan en draaide zich weer naar B.
“Zij voelt zich schuldig over elke traan die jij laat om haar.” zei Lilith weer. “Ze wilde niets liever dan net zoveel van jou houden als jij van haar. Het heeft haar naar de rand van veel afgronden gebracht. Jouw liefde was te intimideren voor haar. Te beklemmend. Zij voelde daar geen vrijheid in.”
B zat alles behalve onbewogen te luisteren.
“En voor jouw Beste B gaf het al helemaal geen vrijheid.” zei ze bijna fluisterend.
Alles lag plat, er was niets meer over, B keek over een soort Beiroet. Stofwolken stegen op. En hij kon niets meer zeggen.
“Waarom keert iemand zich af van iemand terwijl hij of zij liefde voor die ander voelt?” Lilith stond op. “Adam heeft mij de rug toegekeerd door te blijven waar hij was, en mij te vervangen door Eva die bij hem bleef. Hij is me nooit gaan zoeken. Dat is niet eens in hem opgekomen. Terwijl hij zoveel van mij hield. Hij heeft zich laten afschrikken door de krankzinnige verhalen die over mij de ronde zijn gegaan. Hij is nooit zelf op onderzoek gegaan. Hij is nooit achter de waarheid gekomen.”
B zag dat de blik van Lilith zachter was geworden.
“Als jullie bij elkaar horen, wees dan bij elkaar, en het maakt niet uit, of jij naar haar gaat of zij naar jou. Dat is onbelangrijk dat is niet waar het om gaat. Als er iets is wat alleen maar is als jullie samen zijn dan is dat er, ongeacht de omstandigheden. Ongeacht wat dan ook. En als dat te zwaar is voor jou B. Wees dan mild. Soms moeten wonden genezen om zijde te voelen.
Soms moeten ogen genezen om het zonlicht weer te kunnen zien en zich daarom in duisternis hullen. Omdat ze alleen maar zouden beschadigen als ze het te vroeg zien. Misschien is jouw liefde niet alleen voor haar maar ook voor jezelf te sterk.”
B keek voor zich uit. Het viel hem nu pas op dat ze op een boomstam zaten. Een van de laatste gesprekken met haar was op een boomstam.
“Kan ik genezen…” zei B. ” en wat is dan gewond…”
Lilith legde haar hand op zijn borst. B sloot zijn ogen.
“Bescherm haar.”
En alles werd wit.