You are currently browsing the monthly archive for september, 2006.
Uiteraard toen de eerste marsmissie uit de lucht was geschoten door het noordelijk halfrond is er een ware volkverhuizing op schoonmaakgebied gaande geweest. Tenslotte het overkomt je niet elke dag dat een naburige planeet foto’s wil komen maken. Dus wat doe je? Je gaat opruimen. Hele naties zijn opgeruimd. Volkstammen weggebezemd in de o zo befaamde Nilfisk Raid. De Raad was erg tevreden toen ze hoorden dat aardbewoners vermeende dat het om stofstormen ging. Je wil je gasten tenslotte niet de indruk geven dat je altijd zo moet opruimen als er eens iemand langskomt. In de Rats zaten ze toen het Goedige Gezicht was gefotografeerd. Gelukkig was de explosieven dienst grondig geweest zodat bij de tweede foto er niets meer te zien was dan een brokkelige rotsformatie die heel in de verte nog iets weg had van het Goedige Gezicht. Er moest iets te herkennen zijn voor de Aardse Geologen. En nu is alles schoon dan. Niets leeft er meer. Ja de concierge veegt nog de laatste eencellige levensvormen aan de voet van de Mons weg. Hij puft een beetje en hangt vermoeid aan z’n bezem. Zoekt in z’n borstzak naar wat shag. En draait z’n laatste sigaret. Over een half uur komen ze hem oppikken. Nog een laatste keer kijkt hij op naar de grootste berg van Mars. Hij is tevreden. Over een uur of wat wordt er plaats gemaakt voor het ontvangstcomité.
Jaren later:
Het ontvangst comité was een project van 20 jaar noeste arbeid, zorgvuldig gerecontrueerd uit alle aardse films die iets te maken hadden met Mars. Tja, het brein had iets van een 3 jarige, maar het ging toch meer om het uiterlijk. Als ze maar tevreden zouden zijn, als het vooral maar schoon zou zijn. Het ontvangst comité keek uit over een eeuwig rode vlakte. Z’n vierentwintig lebmagen rammelden als een stalen uitzet vastgeknoopt aan de bumper van een wegrijdende wagen van een pasgetrouwd stel. 18 ogen voortdurend gericht op de hemel vol verwachting. De andere ogen coördineerden voornamelijk z’n tentakels naar die vreselijke jeukende doorzit plekken. Hij was in de steek gelaten. Behoorlijk in de steek gelaten. Helemaal alleen op een rode planeet. Hongerig, zonder luier… En een overweldigende behoefte aan affectie. Iets leek van heel hoog te dalen. Het had nog het meeste weg van een enorme stuiterbal. Een witte stuiterbal met rode letters. Het ontvangstcomite kon alleen niet lezen. De bal naderde het oppervlak. Het ontvangstcomite raakte opgewonden van dit nieuwe speeltje. Was het lief, of was het eetbaar? De bal landde nogal hard, precies op een van z’n 500 tenen. Het ontvangstcomité klapte dicht van schrik. In de bal bleek een deurtje te zitten, er kwam laddertje met iets wits uit. Op dat moment…
Het jongetje liep over een houten brug, je zag alleen zijn silhouet tegen een ondergaande zon en mistflarden boven het water. Af en toe maakte hij sierlijke bewegingen met zijn armen, alsof hij danste. Hij zong een onverstaanbaar deuntje, en huppelde soms expres een beetje gek.
Er stond nog een silhouet wat niet bewoog. Het was de Meester. De meester keek naar de zon die net zo oranje was als zijn gewaad. Het jongetje ging naast de meester staan, net zo onbeweeglijk. Beiden keken naar de zon.
“Stel dat een man met heel zijn hart van een vrouw houdt.” zei de meester. “En die vrouw houdt met heel haar hart van die man.”
Het jongetje legde zijn hoofd in zijn nek en keek op naar de meester. “Stel dat een man met heel zijn hart van een vrouw houdt.” zei de Meester weer. “En die vrouw houdt niet van hem…?” De meester zweeg even en het jongetje gooide een steentje in het water. “Waarin verschilt nu de liefde van die twee mannen?”
“Bij de eerste liefde leert de man de vrouw kennen en de vrouw de man” zei het jongetje. “En bij de tweede liefde leert de man alleen zichzelf kennen…
De Meester glimlachte.
“Kennismaken kan niet zonder zelfkennis” zei hij. Het jongetje knikte en begon te springen. De brug begon daardoor mee te wiebelen. De meester hopte met zijn kaarsrechte houding vanzelf een beetje mee.
Na een paar keer springen stopte het jongetje weer en hun lachen fonkelde als zonlicht in het water.


