You are currently browsing the monthly archive for oktober, 2006.
Torenhoog en vlammend keek Angst uit over het landschap B. Angst zelf wilde er niet eens zijn. B wilde geen Angst. Maar toch stond hij daar. Hoog en schel.
B was in het bos van Elf. Tussen de bomen door zag hij Angst.
“Ik wil graag van Angst af Elf.” B keek nu naar het gezicht van Elf, even mooi en sereen als altijd. “Angst boort altijd Hoop in de grond. Ik schrok vandaag toen ik mezelf zag op een foto. Ik schrok van mijn lichaam. Het leek mijn lichaam niet. Het was alsof ik mijn lichaam onderdruk. Alsof mijn hoofd het denken is, en mijn lichaam gevoel. Het hoofd zag er goed uit, maar het lichaaam, ik kreeg mededogen met mijn lichaam. Volgestopt met rotzooi, sigaretten, onregelmatig eten, bakken met stress, dagelijkse achterdocht of het lijf wel ok is. Het lijf zag er zo uitgeput uit. Zo moe.”
Elf keek en luisterde alleen maar. Telkens als B in de ogen van Elf keek, week Angst een heel klein beetje.
“Ik kan mijn lijf niet meer zo behandelen. M’n lijf verdiend schoon en goed voedsel, en alleen maar respect…” B boog zijn hoofd. “Mooie kleren…”
“Blijf mild B, ook hierover. Je lichaam is toch trouw, ook al heb je het overbelast. Het kon het allemaal precies aan. je bent niet te ver gegaan…”
B luisterde naar de wind door de bomen. Hij wist dat Angst er stond. Maar hij wilde niet naar Angst kijken.
Elf glimlachte en keek wel. Ze nam B naar een open plek. Vandaar kon je Angst in volle glorie zien. B wendde zijn gezicht af.
“Ik wil Angst niet zien.”
Elf vleide zich op het zachte gras van de open plek en gebaarde B naast haar te zitten.
“Kijk B, kijk gewoon naar Angst.”
B keek, en werd bang. Hij zag Angst torenhoog boven het bos uitkomen. Angst leek een enorme toren een beetje heiig door de atmosfeer, en daardoor zo enorm groot. Massaal.
Elf pakte de Arm van B vast.
“Heb je je wel eens afgevraagd waarom Angst zo ver weg staat?” B leek het niet te begrijpen. Angst ver weg? Angst was levensgroot!
“Ja, maar wel heel ver weg.” zei Elf weer. “Maar het staat zover weg B… je kunt gewoon door mijn bos lopen. Je kunt ook met Draak vliegen en praten. Angst staat er wel, maar is altijd heel hoog en ver weg. Angst doet niets. Valt je niet aan. Zeurt niet aan je hoofd. Angst staat ook niet in de weg.”
B keek weer naar Angst. Die wel terug leek te kijken. Het was afschrikwekkend. Maar inderdaad kilometers ver weg, en heel hoog. Lelijk het uitzicht was wel bedorven… zeker. Maar het was niet zo dat B ergens niet kon komen omdat Angst in de weg stond. Hij kon niet tegen angst aan lopen angst bleef altijd enorm groot maar inderdaad heel ver weg.
“Dus…” zei Elf. “Wat maakt Angst dan zo storend…”
“Het feit dat ie er is, en ik het overal zie.”
Elf knikte en zei niets.
“Maar… tja. Ok… ik snap het wel, het grote probleem is eigenlijk dat ik angst zie, overal waar ik ben. Maar Angst staat niet letterlijk in de weg. Ik kan in feite wel alles doen wat ik wil. Eigenlijk het feit dat ik me stoor aan Angst is het grootste probleem. Nou ja en natuurlijk dat ie voor geweldige horizonvervuiling zorgt.”
B keek weer naar angst die daar onnatuurlijk hoog boven het bos uittorende. Maar ja, het bos was nog steeds prachtig, en mooi, en sereen. Net als Elf. B kon dan wel als hij heel goed in haar ogen keek Angst gereflecteerd zien. Maar dat was reflectie. Had verder niets met Elf te maken.
Hij keek haar aan en gaf haar een zoen.
Elf giechelde.
“Love is friendship set on fire.”
— Jeremy Taylor
“En weer ben ik alles kwijt.” B stond tegenover Draak.
“Alles?” zei Draak?
B zweeg een peilloze stilte. Zijn ogen leken hol, uitgeput.
“Niet alles, een paar dingen blijven hetzelfde.” zijn stem klonk sonoor.
“Maar alles wat ik nieuw ben aangegaan de afgelopen 2 jaar. Is allemaal weg. Alsof het nooit gebeurd is. Het lijkt wel of jij ook weg bent.”
Draak zweeg. B keek naar Draak. Hij keek en keek toch ook niet, alsof hij door de draak heen zag.
“Je hebt nog steeds geen keus gemaakt B.”
“Keus? Welke keus…”
“De keus wie je wilt zijn.”
“Ik mag toch niets meer willen? Het gaat toch niet om willen…”
“Wel als je het echt wilt. Iets echt willen is een werkwoord geen voornemen.”
“Ik kom toch steeds op nul uit.”
Draak tilde een poot op en liet deze met een dreun neerkomen. B was er niet van onder de indruk. Draak deed het nog een keer. En nog een keer. De grond onder B schudde. Er ontstond een spleet. B deed een stap opzij.En liep naar een plek waar hij geen gevaar liep.
Draak stopte.
“Je hebt geen angst voor me.”
“Nee.” zei B. “Maar dat is uit onverschilligheid. Je maakt geen indruk op me Draak.”
“Wie of wat heeft je zodanig iets aangedaan B?”
“Zodanig?”
“Zodanig dat je onverschillig bent geworden.”
“De krachtenvelden binnen mijn familie. En mijn machteloosheid daarin. En hoe ik me daarin opstelde. En hoe ik dichtklap. Hoe er mensen zijn die een speech hielden bij het afscheid van mijn moeder. En ik nooit zal weten of mijn moeder het werkelijk fijn vond of dat ze zichzelf overtuigd dat het ook fijn was. Het gaat er eigenlijk helemaal niet om of ze het fijn vond of niet. Het ging mij erom dat er werkelijk vanuit het hart werd gesproken.”
“En sprak jij uit je hart?”
“Ik kon niet meer bij mijn hart komen. Alles slibte dicht. Behalve op het moment dat mijn broer naar me toe kwam en zei dat hij zo jaloers was als zijn vriendinmet iemand anders praatte, dat hij wist dat het een valkuil van hem was en niet goed wist hoe hij daar mee om moest gaan, dat hij zich schuldig daarover voelde. Schuldig over zijn eigen gekte.”
B werd even stil. “Ik herkende zijn verlatingsangst. En ik omhelsde hem.”
Draak keek vurig uit zijn ogen.
“Ik was vertroebelt Draak, zelf versluiert door de sluiers die ik om mij heen zag. Mijn stem wordt dan dof. Ik kom dan niet meer bij mijn kern. Voor zover ik daar al bij ben overigens. Ik kan dan niets zinnigs meer zeggen. Mijn belevingswereld lijkt helemaal dichtgetimmert te worden door angsten en belemmeringen van anderen. Alles wordt dan heel klein. En op zo’n moment voel ik dan zoveel gemis. Gemis aan warmte.
Liefde…”
Draak leek wel groter. Hij spreidde zijn vleugels hoog boven B uit. En hield even stil. Draak leek iets te zeggen. Een soort spreuk, of iets anders B wist het niet. Hij keek alleen maar naar de enorme vleugels van Draak die hoog over hem heen stonden.
“Wat doe je Draak?” B zag dat de vleugels hele lichte gecoordineerde bewegingen uitvoerden. Als een soort dans.
“Het lijkt op iets wat jullie vroeger ook hadden. Als een koning iemand tot ridder sloeg.” zei Draak met zachte stem. Hij leek heel zorgvuldig een patroon af te werken met zijn vleugels. Sierlijke bewegingen. B hoorde het suizen van de vleugels. Het had iets rustgevends. Uiteindelijk spreidde hij zijn vleugels zo ver mogelijk opzij. Draak had nog nooit zo groot geleken. Hij braakte een gouden bal van vuur uit, hoog over B heen. De Bal explodeerde ver achter hem tussen een stelletje bomen.
B voelde zich wat rustiger en boog zijn hoofd.
“Het is een geboorte ritueel B.” zei Draak langzaam. “Telkens als er iets nieuws is ontstaan bij een Draak, dan voeren we dit ritueel uit.”
B begreep het niet. “Nieuws? Wat dan Draak ik snap het niet. Er is niets nieuws. Alles is juist weer bij het oude. Ik ben niets opgeschoten. En nou ga jij dat een beetje lopen ontkennen door net te doen of er iets nieuws is geboren. Alsof ik een of andere transformatie ben ondergaan.”
Draak zweeg en keek tevreden.
“Het wordt de komende weken allemaal duidelijk B. Vertrouw er op dat ik weet wanneer een geboorte ritueel nodig is.”
“Nodig is?”
Draak zweeg voorlopig.
Ik stond met m’n fiets bij het stoplicht. Voor mij op het asfalt zag ik een vrij grote kever. De kever ging er voor. Hij wilde duidelijk die zee van asfalt oversteken. Hij hobbelde alsof zijn leven er van afhing. Zijn leven hing er ook van af. Overal stonden auto’s ronkend. De baan waar de kever over hobbelde was vreemd genoeg vrij er kwam ook geen auto aan. De tweede baan die de kever nog moest nemen zou, zodra het licht op groen gin, een dodelijk baan worden. Maar het zat er dik in dat, tegen de tijd dat de kever op die baan was, de auto’s die zich bij het rode licht hadden opgehoopt voorbij zouden zijn.
Mijn licht ging op groen. Zal ik over de kever heen fietsen, om hem uit zijn lijden te helpen. is het niet beter dat ieman dat bewust doet, met een intentie ipv een niet wetende automobilist. En dat de kever helemaal nodeloos aan zijn eind komt op het asfalt. Misschien is het wel een kever die de kever overrijdt…
Nee, ik fiets niet over de kever, iets in me zegt dat die kever keurig aan de overkant komt. De kever heeft gewoon maanden aan de kant het verkeer bestudeert. De stoplichten, de gemiddelde tijd wanneer de rijbanen leeg zijn… De kever is na veel rekenwerk er achtergekomen dat rond 17:00 op dinsdag een bepaalde tijdsduur even geen auto’s zijn waarmee hij met een welgemikte snelheid precies een baan kan oversteken. En als hij bij de volgende baan is dat die baan dan precies lang genoeg leeg is om over te steken. Etc.
Die kever die gaat het redden.
En zo niet, dan overleeft ie in dit stukje.
Hup kever.
