You are currently browsing the monthly archive for maart 2007.
Is het vreemd? Ik kan haar nog steeds niet los laten. Is dat vreemd? Ik vind het vreemd. Waarom vind ik dat vreemd? Omdat ik het niet snap. Waarom zou ik van iemand blijven houden die ik niet eens zie. Het kan alleen maar een herinnering zijn. En die herinnering veranderd, wijzigd, wordt misschien wel mooier of wellicht lelijker. Maar het is geen realiteit meer. Het is geen huidige werkelijkheid. Het is voorbij over. Alles wat voorbij is is voorbij komt niet meer terug punt uit. Er worden geen nieuwe ervaringen meer gemaakt. Ik zie haar niet meer. Alles wat ik aan haar niet kan loslaten is verleden tijd.
Wat is dat dan, dat ze steeds weer opdoemt op mijn netvlies. Als ik een aantrekkelijk vrouw zie, of als ik iets nieuws meemaak. Als ik iets leuks heb gedaan en weer naar huis ga… waarom komt zij dan ineens weer in mijn bewustzijn. Nodig ik het uit, denk ik opzettelijk aan haar?
Soms wel… maar meestal niet. Hoe minder ik aan haar denk hoe harder ze later weer terugkomt. Als ik haar wil vergeten is het net of ik iets onderdruk wat later als een bal onderwater weer omhoog vliegt. Hoe verder weg hoe harder het terugkomt.
Is het dan een soort verslaving? Is het een neurose. Is het dwangmatig… Zodra ik weer voel wat ik voor haar voel, voel ik me echter werkelijker. Alsof wat ik voor haar voel het enige echte is in mijn leven. En dat vind ik vreemd. Dat vind ik raar. Dat klopt niet, dat kan nooit.
Verschuil ik me achter deze gevoelens? Voel ik ze vooral wanneer iets niet lukt? Nee… ik voel ze juist als iets wel lukt als het beter gaat. Wat ik al zei… het is net of wat ik ook doe steeds weer als aan een flink elastiek teruggeslingerd wordt naar dat verlies. En dat snap ik niet, was het dan zo erg? Ik ben wel vaker verliefd geweest… vaker afgewezen. Dat doet pijn en gaat weer over. Waarom gaat dit niet over? Is er meer aan de hand? Staat zij symbool voor een leven wat ik eigenlijk had moeten leven, een leven wat ik eigenlijk had willen leven? Staat ze in emotioneel opzicht voor dat wat ik altijd al miste…
Waarom ben ik er zo van slag door dat ik eigenlijk niet meer weet wat ik moet doen. Ik weet wel wat ik moet doen maar het lukt me niet. Of is dat allemaal onzin. Leef ik echt zo erg dat er niet mee te leven valt?
Ik kan in mijn eentje niet zo leven als ik met z’n tweeen zou leven. Ik wil niet kamperen in mijn eentje op kreta, of een pension, ik wil daar niet in mijn eentje zitten. Ik ga niet wandelen op de veluwe in mijn eentje, of fietstochten maken, of naar de film of uit eten. Ik doe dat niet alleen. Ik vind dat onprettig. Het voelt onnatuurlijk.
Ik ben gewoon een stuk leuker en aardiger als ik met iemand ben van wie ik hou en die van mij houdt. Is dat vreemd? Is dat raar? Ik vind het niet. Hoe kun je nou eigenlijk alleen leven, dat kan helemaal niet, wie kan dat nou echt zonder problemen?
“Ja maar met z’n tweeën is ook niet alles hoor. Je moet aan elkaar wennen, en je irriteert je aan elkaar, die eenzaamheid B, die kun je ook met z’n tienen hebben.”
Je kunt het ook in je eentje hebben. En soms duurt het te lang is het te veel, voelt het niet meer goed, alsof je… alsof je…
Waar denk je aan als je op je sterfbed ligt? Wat gaat er dan door je heen? Dat je veel geld hebt verdiend? Een goeie deal hebt gesloten? Of denk je aan die ene kus, dat ene moment dat je met elkaar in bed lag, en naar een film keek en samen genoot zoals je nog nooit hebt genoten. Waarin de tijd niet meer is. Waarin je samen een geheel bent zonder dat je je identiteit verliest.
Waaraan denk je als je op je sterfbed ligt? Ik zou nu aan haar denken, alleen maar aan haar, ik zou alle mooie momenten voor mijn geest halen, alle momenten, van seconde tot seconde omdat ze de mooiste waren van mijn leven. Omdat ik me echt voelde, momenten die anderen jaren hebben, had ik maar een paar uur hooguit. Maar ik zal ze weten, ik zal ze herbeleven, ik zal nog steeds voelen zoals ik me toen voelde. Gelukkig. Gewoon eenvoudigweg met niets materieels, gelukkig.
Ik hou van haar weet je, ik zal altijd van haar houden. Ik kan ook niet anders, ik weet ook niet anders. Ik wist ook helemaal niet dat dat kon zo.
Ik denk aan de momenten dat ze niet meer wilde, ik denk aan de momenten dat wat ze voor me voelde leek te vermorzelen met een griezelige kracht. alles wat goed was werd platgewalst door angst voor de toekomst… zo leek het, of het ook echt zo was weet ik niet. Ze hield niet genoeg van me om die dingen te overwinnen zo dacht ze. En misschien was het ook zo, had ze ook gelijk, maar ik zag dat ze van me hield, ik zag het in haar ogen… ik zag het. Zo leek het. Ik moet me vergist hebben. Dat kan haast niet anders. Alleen snap ik tot op de dag van vandaag niet, als je ziet dat iemand van je houdt, en voelt dat iemand van je houdt, dus niet van je houdt. Was ik zo blind. Dat moet wel. Ze zei toch ook rotdingen, dat ik niet aantrekkelijk was… te oud… dat ze haar vrijheid niet wilde opgeven. Ik moet blind zijn gweest?
Maar ik zag alleen maar iemand die doodsbang was om uiteindelijk in de steek gelaten te worden. Er was ook een moment dat ze dat zei…
Later was het alsof ze het nooit had gezegd… alles lag aan haar zei ze. Of niet? Dan hield ze wel van me, kuste ze me, en een paar uur later kwam de angst weer op. En overspoelde haar volledig van me weg. hield ze niet van me, ik bleef maar rustig…
Ik wist maar een ding; dat ik wat dan ook er voor haar moest zijn, niet weglopen, want dat was haar scenario, ze zou me wegjagen, tot ik zou weglopen, weggaan, en dan was haar scenario weer compleet. Als in een vernietigende wervelstorm werd alles uitgewist wat goed was tussen ons, alle positieve gevoelens die ze had wist ze niet meer. Alsof ze nooit hadden plaatsgevonden. Alsof het nooit was gebeurd.
Ik was de enige die ze nog kon herinneren. En die momenten herinneren voor de geest halen is het zwaarst. Want als ik daar aan denk dat snap ik er helemaal niets meer van. Als je ons tweeën in een ruimte zette spontaan zomaar, was leek het altijd goed, zomaar was het goed, zonder moeite. Ze weet het niet, meer, ze zal zich alleen nog maar haar angst herinneren en zich schuldig voelen over mijn verdriet als bewijs dat ze onmogelijk is. Al het mooie en pure wat er was zal ze zich niet meer herinneren.
Ik moet het afsluiten, en het lukt niet. Ze blijft in mijn hart. Ik zie andere vrouwen, en zodra ze dichterbij komen, komt zij ertussen, of ik het wil of niet.
Soms denk ik wel eens dat als je werkelijk in staat wil zijn tot ware liefde, je ergens doorheen moet. Pas als je in staat bent alles te verliezen, dan pas kun je liefde voelen.
Oh woorden, ontoereikende woorden.
Het is geen chemie, het is geen… liefde komt hard aan als je het nooit werkelijk gevoeld hebt. Vooral als je het weer direct kwijt raakt… het heeft me veranderd. ingrijpend kan ik wel zeggen, grondig, en ik kan er voor weg lopen voor die verandering, maar het heeft geen zin. Ik kan nog maar een kant op, de kant van mijn hart.
B.
| Van leiden |
Uit het hart is niet altijd zonder doornen,
Uit het hart kan schrijnend zijn…
Het zijn niet de dromen die zachte
heelmeester vertoornen
tot gebiedende goden
die verzwelgen in een eeuwige
draaikolk van hartstocht en passie…
Het is de aanraking, een fletse blik van
herkenning… een stilte waarin alles
nog kan gebeuren.
Dat ene moment dat je je adem inhoudt
omdat je met je hele ziel
misschien maar even heel even
werkelijk van die ander
houdt.
