augustus 2007


Houston we have a problem.

Volgens astronomen zit er een flinke leegte ergens in het heelal deze leegte schijnt niet te passen in de bestaande theorieën over het ontstaan van het heelal.
Kortom er is een stuk heelal, een vrij groot stuk heelal, (de holte of leegte heeft een diameter van een miljard lichtjaar.) waar niets in zit.

Is dat groot dan? In het heelal is alles toch vrij mega?

Ja het is veel. Onze melkweg, heeft een doorsnee van 100.000 lichtjaar. Deze leegte vult 1/30e van het zichtbare heelal. En dat is veel.

Het is onvermijdelijk er zit een nietsigheid in ons universum. En die nietsigheid kan niet maar het is er wel.

Daarom draag ik de astronomie een warm hart toe, die arme astronomen worden voortdurend geconfronteerd met dingen die niet kunnen. Hebben ze eindelijk een beetje een beeld van hoe het allemaal in elkaar zit, hups, komt er weer een leegte met een diameter van een miljard lichtjaar.

Ik denk dat er niet te veel van dat soort ontdekkingen moeten worden gedaan. Een per 10 jaar lijkt me genoeg.

Zometeen ontdekken ze nog dat dat hele heelal niet bestaat.

Ik ben vaak alleen. Op zich heerlijk, maar als het te lang duurt zonder uitzicht op iets gezelligs… Ik ga meestal de stad in, werk in een cafe een paar uur. Ga daarna wandelen in een bos om rustig te worden, en daarna weer naar huis. Huis voelt als een stil oorlogsfront. Op zich is het er rustig, maar je weet het nooit, tv van de buurman, een krankzinnige petjespuber die niet snapt dat niet iedereen zijn muziek op prijs stelt.
’s avonds rond 23:00 uur ontspan ik pas. Geen storing meer al die hersens om me heen zijn minder actief? Er hoeft even helemaal niets. Je moet toch zo naar bed. En dan ga ik dat rekken, 00:00 uur is het ook nog heerlijk en rond 01:00 ook. Lezen film kijken, beetje werken, balkon deur open. De rustige geluiden van de nacht maken me nog rustiger. Ik krijg heldere iedeeën stroom vol plannen. Ik maak warme melk en ga in bed nog wat lezen en val in slaap.

De volgende dag bij het wakkerworden is alles een paar seconden ok. En dan begint het, alles van de vorige avond is uitgewist. De dag ligt als een grauwe loden plaat op mijn borst. De eerste impuls is doorslapen, maar ik weet wat er dan gebeurd, uitslapen lijkt lekker, maar dan blijf ik de hele dag moe. Dus vroeg op. Wat was ik ook alweer van plan? Oh ja verhuizen naar een bosrijke omgeving…

De mitsen en maren schietenwoordloos door mijn synapsen en generen een plaatje van een bak koffie. Gewoon koffie. Wat had ik nog meer? Oh ja, vast werk zoeken. Oh heilige regelmaat. Maar waar dan ook alweer. En wat dan ook alweer. Alle prettige gevoelens van de avond daarvoor worden gestaag gewist.

Ik ga achter mijn computer zitten met de bak koffie en ik ontspan wat. Uitgerust ben ik zelden. Langer slapen maakt depressief, en eerder naar bed heb ik het heilige 23:00 uurtje niet meer. Verhuizen, weg uit de stad, wat moet ik in de stad.

Wat moet ik in een huis.

Een stad bestaat voornamelijk uit rechte lijnen, huizen zijn rechte lijnen. In de natuur komen geen rechte lijnen voor. Dus rechte lijnen zijn onnatuurlijk. Huizen zijn onnatuurlijk. Wat zou de invloed van al die rechte lijnen op de psyche zijn? Of nog erger wat is effect van de rechte hoek?

Ik hoorde een architekt ooit zeggen dat hij de rechte hoeken van een huis pure agressie vond. Hij ontwierp dan ook ronde huizen, de bewoners waren gelukkig en iedereen die er op bezoek kwam voelde zich meteen op zijn of haar gemak. De huizen zagen er ook geweldig leuk uit. Zowel van buiten als van binnen.

De architekt zei dat mensen die een nieuwe woning betrekken onmiddelijk iets met de hoeken doen. Meubels voor zetten. Afdekken dus.

Iets van ontroering trof me. Iets waarvan ik dacht dat ik de enige was die dat vond, werd gewoon scherp (nee niet hoekig) verwoord en veroordeeld door die architect, en hij handelde er dan ook naar. Hij loste het op.

Maar ondertussen woon ik in een rechthoek. Tussen rechtoekige blokken met daarin nog meer rechthoeken. Met een flinke kast heb ik een hoek gebroken. Misschien moet ik dat met alle andere hoeken ook maar doen… ah, dat heb ik al gedaan.

Het kan dus gewoon, er zijn architecten die volgens natuurlijk principes bouwen. Het is gezond, niet eens duur, alles en iedereen vaart er wel bij. Maar ondertussen blijven we ons verschansen achter rechte lijnen. Rechtlijnigheid,

Daarom schrijf ik, om tegen iets aan te lullen, meestal mezelf. Eenzaamheid bestaat natuurlijk uit onvrede. Verlangen naar vrienden betekent het ontbreken ervan. En wat is dan sterker? Het verlangen of het gemis?

Eenzaamheid vreet aan me, vervreemd me. Maakt me duizelig, en gedesorienteerd. Ik weet niet of het aan mij ligt of aan dit koude land met zijn verkrampte bewoners, die akelige knauwende gevoelloze taal, dat volstrekte onvermogen om elegant en duidelijk gevoelens te uiten. De oerlelijke mode hier. Iedereen ziet er uit als een verkreukelde zakdoek. De desinteresse. Het geld, de welvaart. De weggestopte dood. De overdaad aan TV. Carriere. De angst voor geweld.

Houterig gedoe, en ik doe zelf mee. Of sterker nog, ik doe juist niet mee, en dus…

zie titel.

Een blik op de foto van de nieuwe NET 5 serie “Ugly Betty.” en ik weet al weer genoeg; Betty is allesbehalve Ugly. Ze heeft prachtig dik bruin haar, mooie charmante ogen. Prachtige tanden waar een beugel op is geplakt. Mooie volle lippen en een lief gezicht. Niets lelijks aan.
Het is hetzelfde als met Lotte, die was ook zo lelijk. Not. Dom tv land denkt dat als je een mooie vrouw een een dikke bos haar , een bril en beugel geeft voor lelijk wordt aangezien.

Alsof wij mannen niet kijken naar ogen, mond, vorm van gezicht en lichaam. Wij mannen zien echt wel of iemand mooi is of niet. Persoonlijk vind ik een brilletje erg mooi. En beugels zijn per definitie tijdelijk.

Waarom gebruiken ze nu niet eens een keer voor zo’n serie een echt lelijke vrouw. Niet meteen een oerheks, Maar een vrouw die er niet aantrekkelijk uitziet en dan aantrekkelijk blijkt door haar gedrag; door haar innerlijk. Want dat is toch steeds de boodschap?

Het gaat niet om uiterlijk maar om het innerlijk.

Is dat wel zo? Altijd lees ik weer dat mooie mensen meer succes hebben, daar zullen er toch best wel veel tussen zitten die innerlijk ook mooi zijn, zou het niet helpen om een mooi innerlijk te ontwikkelen? Als je steeds maar weer zulke positieve feedback krijgt? Als je ouders ook nog eens toffe lui waren…

Lelijke mensen hebben het zwaar te verduren. Ze zijn minder succesvol, en hebben alle aanleiding om een slecht zelfbeeld te ontwikkelen, moeten heel hard compenseren met lichaamstaal, een oogverblindend karakter, welsprekendheid en intelligentie. Mooie mensen met een oogverblindend karakter, welsprekendheid en intelligentie… die worden beroemd of onsterfelijk.

Ok, meneer B, u vind beroemd zijn erg belangrijk.

Ja, nee, als ik nadenk over dit soort dingen kom ik altijd weer tot de conclusie dat intelligentie een doorslaggevende factor is. En dan heb ik het over intelligentie op elk vlak. Dat maakt over het algemeen enorme indruk.

U bedoelt mensen met een prima IQ.

Dat ook, mensen meteen hoog IQ, die vlot en gemakkelijk praten, duidelijk kunnen formuleren op verschillende niveau’s, heel snel handig reageren in nieuwe situaties. Uitermate probleemoplossend zijn. Die komen er wel.

Hoe zat het ook alweer, sociale intelligentie… Hoog IQ laag SI en omgekeerd, ook zo’n onzin. Er is ook nog zoiets als interesse, ik zeg altijd, wil je weten wat iemands potentieel is, dan moet je kijken wat diegene bakt met de dingen waarin hij of zij werkelijk geinteresseerd is. Hoe zit het met het geheugen en combinatie vermogen op die gebieden? Als een gedreven gitarist honderden liedjes uit zijn hoofd kent, dan zit het wel goed met dat geheugen. Als de gitarist vervolgens ook nog zelf liedjes schrijft, dan zit het wel goed met dat vermogen om te combineren.

Als een kind heel graag wil weten hoe iets in elkaar zit, en voortdurend radio’s sloopt en weer in elkaar zet, dan zit dat wel goed met het analytisch vermogen.

Analytisch vermogen is min of meer een onderdeel van nieuwsgierigheid. Misschien is dat het wel, misschien moeten we de eigenschappen die we toedichten aan een goede intelligentie vertalen naar kinderlijk eenvoudige begrippen.

Analytische vermogen = nieuwsgierigheid. (demonteren en monteren= afbreken en opbouwen)
combineren en deduceren = spelen spelletjes verzinnen.
geheugen=fantasie en verbeelding. Verhalen vertellen en navertellen.
Snelheid= balsporten.
Welsprekendheid= toneelspelen.

Rekenen, nou je leert kinderen het makkelijkst rekenen met geld. Zo vaak heb ik meegemaakt dat kinderen moeite hadden met rekenen, tot je er geld van maakte dan ging het ineens als een speer.

Een andere leuke ingang voor rekenen is meetkunde. Wat weer onder nieuwsgierigheid valt. Ga maar alles opmeten. Hoeveel kilometer per uur loopt een mier?
Hoe hoog, hoe lang. Hoeveel lucht past er in…

En tafels? Nog simpeler, daar ontwikkel je een fantastisch computer leerprogramma voor. De programma’s die er zijn zijn niet goed. Omdat ze niet visualiseren. Rekenen moet je per definitie visualiseren. Maar dan niet appels. Maar met huizen, kerkgebouwen, potvissen, ijsschotsen, planeten, ijsberen en vogelbekdieren.

En wiskunde dan?

Wiskunde is fout, de grootste fout van wiskundeonderwijs is dat het als een soort basis wordt gezien terwijl wiskunde nooit op die manier is ontstaan. Wiskunde is vooral uit natuurkunde ontstaan. En met de natuurkunde moet je dan ook beginnen. En natuurkunde is weer ontstaan uit die fenomenale eigenschap nieuwsgierigheid.

Hoe ontstaat een druppel? Waarom blijf ik plakken aan de grond? Why the hell kan ik mijn tong uitsteken? Waarom kan ik de wind niet zien maar wel voelen? Hoe lang kan ik iets steeds in kleinere stukjes snijden.

Wat zijn die lichtpuntjes snachts in de donkere hemel? En die enorme lichtbron overdag? Is er een verband? Waarom vind ik bloemen mooi?

En vooral: waarom vind ik Ugly Betty niet lelijk?

Goed ik ben zover dat ik best negatief ben, veel negatieve gedachtes door me heen suizen. Zonder dat ik me dat besef. Ik besloot om meer goedvoelende gedachtes te hebben, en merkte hoe moeilijk dat was, en hoe makkelijk slechtvoelende gedachtes het overnamen alsof m’n brein in de automaat op niet goedvoelend staat.

Duh.

Ja dat is slikken want het blijkt dus hard oefenen te zijn. Niet vechten tegen die negatieve gedachtes en gevoelens, dat heeft geen zin. Maar er goedvoelende naast genereren en daar aandacht aan besteden. “Water the flowers, not the weeds.”
“Happy thoughts.” zei Tinkerbell al. Happy thoughts om te kunnen vliegen. Weeds groeien toch wel, maar geef ze geen voeding. Geef vooral voeding aan de bloemen.
En nee het gaat niet om positief denken. Positief denken betekent niets als je je er niet goed bij voelt.

Kun je je dan zomaar lekker voelen als je je slecht voelt?

Ja dat kan, je kunt je voorstellen hoe het is als je je lekker voelt. Dat is dan de kunst om je dingen voor te stellen die leuk zijn prettig voelen. Alles beter dan die automatische piloot die op ellende staat…

Waarom voel ik me dan zo klote? Is het omdat dat die ene mooie roos in de verder vrijwel rotte tuin het contrast alleen maar groter maakt? Of is dat hetzelfde als te weinig focussen op het goedvoelende… een roos is een roos.

Maar Jos Brink dan? Goed leven, en ineens ziek en binnen een maand dood. Hoe heeft die man dat nou kunnen accepteren en verwerken etc etc. Waarschijnlijk niet. Gewoon uitzaaien en klaar.

Dat is hoe ik het leven ervaar, je moet genieten en relaxed zijn, anders pleeg je een flinke aanslag op je afweersysteem, je moet ontspannen en genieten, met een zwaard van Damocles boven je hoofd. Wellicht moeten we nog genieten van dat zwaard ook.

Ik snap die religies ook zo goed, als je werkelijk geloofd, dan ben je een stuk minder bang voor de dood. Nadeel is: alles wat je religie aanvalt maakt je angst voor de dood weer groter en zul je dat willen bestrijden.

Hoe nu verder? Zoveel mogelijk genieten, want het is gezond, zoveel mogelijk ontspannen door het leven gaan, want het is supergezond. Droom alles waar je meer van geniet.

Je hebt eenvoudigweg geen keus.

B schopte wat om zich heen. Als hij een draak was geweest had hij alle vogels uit de lucht gebrand. En alle bomen uit zijn buurt verzengd tot as. Maar hij was geen Draak. Hij was een mens.
B stond stil en keek naar de lucht. Voor hem verscheen Elf uit het niets. B schrok en viel achterover. Elf schoot naar voren en hielp B weer overeind. B stond rechtop keek met zijn meest slechte ochtendgezicht naar Elf die het zand van zijn blouse klopte. B wilde niet aangeraakt worden.
“Wat is er met jou aan de hand B?” vroeg Elf.
“Weet ik veel. Ik ben kwaad. En meestal als ik zo kwaad ben dan heb ik er goeie reden voor ook.”
Elf keek naar B. “Zoals laatst met je broer?”
“Ja het is dezelfde woede.”
“Waarom B?”
“Ik snap niet dat ik met mensen omga die me niet eens willen zien. Of daar heel moeilijk over doen, of dat laten blijken door het contact zelf nooit te initieren.”
Elf keek B aan. Ze glimlachte buitenwerelds. Alsof er een zonnestraal verscheen.
“Ik snap het ook niet B, dat je met dat soort mensen omgaat, hou daar nu eens mee op.”
B knikte. “Ik snap het gewoon niet.”
“Je handelt vanuit gebrek, niet vanuit overvloed. Als je vanuit gebrek handelt wordt het alleen maar minder. Als je vanuit…”
“Ja ja ja, ik snap het al.” B draaide zijn rug naar Elf en keek omhoog.
“Hoe langer je naar de sterren kijkt hoe meer je er ziet.”
“Dat ook.” zei Elf.
“En vallende sterren dan?”
“Dat zijn helemaal geen sterren, dat weet je toch.” Elf glimlachte en pakte B bij de Arm. Ze keek op.
“Grote Beer, poolster, en daar Draco.”
Iets van een glimlach flitste over het gezicht van B.
“Je mist hem?”
“Ja, Draak had wel geweten wat ie moest doen in dit soort situaties.”

“Zo? Jij weet wat ik denk?” klonk een welbekende stem achter hun.
“Draak!” riep B.”Wat doe jij hier?’
“Ik hoorde iemand zeggen dat ie wel weet wat ik zou doen in een bepaalde situatie.”
Elf lachte zachtjes. “B miste je.”
“Waarom? Hij heeft mij toch bedacht? Ik ben er altijd.”
“Zo voelde het niet Draak.”
“Wat? De hitte van je Draakgedrag was in mijn eigen land te voelen.”
“Ik kan geen maat houden.”
“Je weet niet wanneer te stoppen bedoel je.”
“Kennelijk.”
“Kennelijk, daar hebben we weer dat formidabele woord. “Blijkbaar” “zo blijkt uit de feiten” Het klinkt alsof je er niets mee te maken hebt gehad, en blijkbaar kennelijk zomaar, is iets gebeurd.”
B haalde diep adem, ook draken konden vermoeiend zijn. “Draak, ik blijf gewoon zo kwaad.”
“Dan zul je daar wel je reden voor hebben.”
“Ja maar heeft het wel iets te maken met de persoon op wie ik kwaad ben.”
“Wie anders?” zei Draak en trok een onschuldig gezicht.
“Nou ik bedoel dat er iets onder zit, achter, oud zeer.”
“Lariekoek, er zijn dingen waar jij je flink kwaad over kan maken, dit is er een van.”
“Maar kwaadheid is zo ongezond.”
Draak kneep zijn ogen dicht tot kleine spleetjes. “Wie heeft je dat wijsgemaakt?”
“Nou alle misdaad, tweede wereldoorlog, is toch ook allemaal uit woede.”
“Ja en?”
“Nou dat is toch niet gezond.”
“Wil je jouw woede vergelijken met de tweede wereldoorlog? Dan ben je wel heel erg kwaad.” Draak bulderde van het lachen. Elf keek naar B en B naar een ster.
Draak was uitgelachen en trok weer een serieus drakengezicht.
“Daar zit ergens je probleem B, je denkt dat je een soort monster bent als je kwaad bent. Daarom durf je het niet te uiten en laat je het groeien tot een monster, zodat je kunt denken dat je een monster bent als je kwaad bent.”
Elf trok haar wenkbrauwen omhoog. B tuitte zijn lippen.
“Nogmaals B, je hebt geen zin om met mensen om te gaan die alleen willen bellen en mailen, doe dat dan ook niet.”
“En laat het los.” zei Elf.
B keek weer naar een ster, Sirius, en liet het los.

Volgende Pagina »