november 2007


De vrouw die nu in de Soedanese gevangenis zit vanwege die teddybeer affaire doet me op de een of andere manier denken aan aan de vrouw die door Bokito door Blijdorp is gesleurd. Ik proef er dezelfde onbenulligheid in, maandenlang het gevoel hebben dat je iets goeds doet en een fantastisch contact met “iets” hebt, maar ondertussen haal je het bloed onder de nagels vandaan.

En krijg je een complete radicale moslimclub over je heen die je uiteraard alleen maar dood willen.
Het verschil met Bokito is dat Bokito zeer waarschijnlijk allleen die ene vrouw haatte, de radicale beweging in Sudan haat waar zij denken dat die vrouw voor staat. 
Het vervelende is dat hoe je het ook verklaart, de uitkomst is altijd negatief. Als de houding van radicale moslims naar het blanke westen werkelijk zo explosief is, kunnen we denk ik binnenkort nog veel meer verwachten.
Of, deze vrouw had geen gevoel voor andere culturen, of is daar gaan werken vanuit een ideologie die niet te verenigen valt met de Islam. Wellicht heeft ze al weken signalen gekregen vanuit haar omgeving, maar heeft ze toch haar “hart” gevolgd. 
Misschien is radicale islam wel zoiets al de natuur van een wild dier. Die kun je maar beter gewoon laten voor wat het is. Je kunt wel proberen het dier te aaien, maar tja, je weet dat je dan in iedergeval niet wordt teruggeaaid.
Ik hoop maar dat de ruimtevaart spoedig een snelle vlucht neemt in haar ontwikkeling, dat we iets sneller door space kunnen sjezen, 2 nieuwe planeten zijn genoeg, een christelijke en een Moslim, de overige religieuzen en ongelovigen hebben samen veel meer in huis om vreedzaam hier op aarde verder te leven.
En het heelal is vast groot genoeg.

“Ik peins me suf Draak. Ik snap niets van wat je zei over nabijheid. Wat heeft dat te maken met het overwinnen van angst?”
“Dingen staan soms recht voor je neus.”
“Ja… en?”
“Wat staat er nu het dichtst bij je?”
“Ehm… jij eigenlijk.”
“Bijvoorbeeld.”
“Maar…”
“De dingen waar je bang voor bent, staan die dichtbij? Degene van wie je houdt, staat die dichtbij? De dingen die je verlangt die je zou willen bereiken, staan die dichtbij?”
B keek voor zich uit. “Je bedoelt dus ook dat er een heleboel dingen zijn die wel in mijn hoofd zitten maar eigenlijk helemaal niet nabij zijn.”
“Begin weer opnieuw B, gebruik sommige dingen uit je verleden, maar het laat het verleden jou niet gebruiken. Verbrandt dat wat achter je is. De aboriginals zien de toekomst iets als iets wat achter hun ligt, en het verleden als dat wat voor ze ligt.”
“Ja, omdat je de toekomst niet kunt zien en het verleden wel. Maar als je het dan verbrandt dan zie je toch helemaal niets meer?”
Draak glimlachte nu. “Alleen wat er hier en nu recht voor je neus staat. Verbrand je verleden B. Begin opnieuw. Blanco”
B boog zijn hoofd, hij wilde dat wel maar wist niet waar.
“Het maakt niet uit waar… De toekomst is daar waar je het niet kunt zien, onontgonnen terrein, en als je wist wat het was, dan is het geen toekomst, alleen sleur lijkt nog het meeste op een zekere toekomst.”
“Je bent te vaag voor me Draak, ik volg het niet meer. Ik moet opnieuw beginnen, maar weet niet waarmee want dan is het sleur?”
Draak grinnikte. “De toekomst en het verleden zitten alleen in je gedachtes. Alleen het heden niet. Dat wat zich recht voor je neus afspeelt. Het hier en nu, daarom ook vaak zo moeilijk te bevatten, omdat je er aan de ene kant niets aan kunt veranderen, maar wel je koers in kunt bepalen, maar zodra je je koers op de toekomst gaat richten, en dan vooral een toekomst waarin het allemaal beter zou moeten zijn. Dan is wat je wilt direct ver weg.

En nooit nabij.”

B voelde een soort leegte. HIj wist dat hij met zijn hoofd vaak in de toekomst zat, en ook vaak in het verleden en daar troost uit haalde. Hij zocht zijn nabijheid in het verleden en in een soort hoop op een betere toekomst.

“Maar er is toch niets mis met Hoop Draak?”

“Zolang het uit beweging voortkom niet.”
Draak spreidde zijn vleugels, en steeg op. “Verbrand je verleden B.”

En hij spoog een enorme gouden vuurbal door de lucht.

“Angst overheerst wel heel erg Draak.” B liep in een dikke jas in de kou. Hij warmde zijn handen aan Draak zijn uitstraling.
“Ja.” zei Draak.
“Het bevriest me bijna.”
“Maar niet helemaal.” zei Draak.
“Nee, niet helemaal.” B keek Draak onderzoekend aan. “Ben jij een westeuropese Draak Draak?”
Draak zweeg en dampte alleen maar wat.
“Ze zeggen dat WestEuropese draken alleen maar dood en verderf zaaien in tegenstelling tot bijvoorbeeld Chinese draken.”
“Zo.” bromde Draak. “En wat zegt je hart over mij?”

Draak knikte. “Heel goed… dat klopt, de reden dat Chinese Draken niet zo gevaarlijk lijken is omdat Chinezen Draken Eren en respecteren, en de Chinese draak eert de chinees. Europeanen, west europeanen daarentegen, hebben Draken alleen maar vervolgd, afgeslacht en tot demonen verklaard. En natuurlijk zaten er in de voorbije eeuwen af en toe wel eens een fout exemplaar tussen.”
“Heerste er toen veel angst onder de Draken?”
“Niet echt, we contempleerden onze doden wel, maar angst heeft ons nooit te pakken gehad, in tegenstelling tot onze vervolgers, daar heerste grote angst.”
B vond dat een boeiende gedachte, dat de angst vooral heerste bij de vervolger, en niet bij de vervolgde.
“Waar ben je bang voor?” vroeg Draak ineens.
B leek te schrikken. “Ik wil het daar niet over hebben Draak, dat maakt het alleen maar erger.”
“Integendeel. Weerstand tegen angst is pas ware angst.”
B fronste zijn wenkbrauwen. “Dat begrijp ik niet, waaorm denk je dat ik weerstand tegen angst heb?”
“Omdat je vindt dat je geen angst moet hebben terwijl je gewoon angst hebt.”
“Je vindt dat ik het niet onder ogen zie?”
Draak knikte. “De reden waarom wij geen angst kennen is omdat we niets doen met angst. We reageren er niet op, registreren natuurlijk wel gevaar, maar zullen dat nooit als angst interpreteren.”
“Dus angst is een interpretatie?”
“Altijd.” zei Draak beslist.
“Maar als je in een concentratie kamp zit, in de tweede wereldoorlog, dan voel je toch angst?”
“zeker, maar waarom interpreteer je angst als iets ergs?”
“Ja hallo, omdat het een rotgevoel is, omdat je er van gaat sidderen, trillen niet meer goed kunt denken.”
“Ja, wat is er erg aan sidderen en trillen en niet goed denken?”
“Draak, als je zenuwen gieren, je keel knijpt dicht, je buik doet daar, hart kan tekeer gaan, en het is ongezond.”
“Omdat je het zo erg vind.” hield Draak vol.
“Ik kan merken dat jij niet weet wat angst is.”
“Heb je het wel eens geprobeerd, om angst te zien als een ding, een lichamelijke reactie, plus een hoop lawaai van de geest?”
“Dat vind ik moeilijk… ik snap wel wat je bedoeld. Je niet meer identificeren met gedachtes en emoties, maar ze wel ervaren. Ze zijn wel van mij, maar ik ben ze niet. Of zoiets.”
“Zoiets.” zei Draak.
“Maar hoe begin ik daarmee?” vroeg B. “Wat is de eerste stap?”
“Nabijheid.” zei Draak.
“Ah.” zei B. “Daar zijn we weer, een orakelse uitspraak waar ik het maar weer een tijd mee moet doen.”
“Zo is het.” zei Draak tevreden.