mei 2008


Zo, deadline achter de rug, alles goed gegaan. Opdrachtgevers tevreden en blij. Met de directeur gesproken en ook die was blij. We waren het er mee eens dat je net zo commercieel mag zijn als je eigenwaarde groot is.

Maar niet groter en ook niet kleiner. De meeste mensen zijn laten het gelijk opgaan, lage eigenwaarde, niet erg commercieel. Maar commerciëler dan je eigenwaarde levert regelrecht huichelen en liegen op.

Ik denk dat ik zo wel wil blijven werken, dit soort opdrachten voor overkoepelende zorginstellingen. Opdrachten vanuit het hart. Dan zijn deadlines ook een stuk fijner. Deadline is natuurlijk een verkeerd woord. 

Ik vind het engelse woord closure veel mooier. De regelrechte vertaling is afsluiting. Maar “Closure” heeft meer inhoud, het heeft ook iets van loslaten in zich. 

Er een punt achter zetten. 

Ja, dat voelt lekker.

 

De Phoenix is veilig geland op Mars. Dat is bijzonder omdat veel missies naar Mars mislukt zijn. Die mislukkingen waren olie op allerlei samenzweringsvuren die al tijden branden rond NASA. 

Ufo’s in de doofpot, neplandingen op de Maan, NASA is eigenlijk opgebouwd met NAZI geleerden, mysterieuze banden met het leger. 

Op zich heb ik me altijd verbaasd hoe makkelijk en geroutineerd de NASA ooit naar de Maan vloog.  Steeds als ik naar Apollo filmpjes kijk vind ik het moeilijk om te beseffen dat dat zo lang geleden is.

Het lijkt wel of men toen verder was dan nu. Het ziet er soms gewoon futuristischer uit dan wat ik nu zie;

Kleine domme robotjes die zich keer op keer te pletter vliegen in de buurt van mars. Spaceshuttles die nogal kunnen exploderen en niet verder komen dan een suf baantje rond de aarde. En notabene uit tegeltjes bestaan.

Ik ben er niet trost op dat de ruimtevaart van deze planeet bestaat uit een pakket vliegende tegeltjes.

Sinds die spaceshuttle staat de ontwikkeling stil in vergelijk met de maanvluchten vrijwel stil. Het pakket vliegende tegeltjes ziet er nog net zo uit als vele decennia geleden.

Er is een  wanhopige kramp ontstaan om maar op Mars te moeten landen. Maanden vliegen honderdduizend risico’s. Peperdure apparatuur. En als je dan de beelden ziet:

Zand en stenen. Maar nee, het is heel bijzonder, de Phoenix gaat een beetje in de grond kijken en speuren naar leven of resten van leven. Want het is heel belangrijk om te weten of er leven is buiten deze planeet. 

Is dat de reden waarom we niet meer naar de Maan gaan? Want het is zo goed als zeker dat daar geen leven is. De Maan, lekker dichtbij, goed voor astronautentrainingen en wetenschappelijk onderzoek. Misschien iets om een basis te bouwen. 

Maar de Maan is een gesloten boek. Niemand gaat er meer heen en niemand praat er meer over. 

Mars is scherper in kaart gebracht dan de maan. Terwijl je zou zeggen dat het een fluitje van een cent is om de Maan met hoge resolutie in beeld te brengen. Oh ja de maan is wel in kaart gebracht. Maar de resolutie is ver beneden peil.

En de samenzweringsgemeenschap beweert dan ook stellig dat er artefacten op de maan zijn gevonden die niet door mens zijn neergezet. Deze artefacten moeten geheim blijven, anders raakt de mensheid in paniek.

Mooi vind ik dat altijd, dat “men” denkt dat als er buitenaards leven ontdekt wordt dat de mensheid in paniek raakt.

Ik weet haast wel zeker dat het omgekeerd is;

Dat “het buitenaards leven” in paniek raakt als het de mensheid ontdekt.

 

 

Draak landde met een grote dreun naast B. B leunde met zijn handen op zijn knieën, hij was buiten adem van het naar beneden rennen. 

“Haha Draak dat was leuk! Schreeuwen en rennen tegelijk!” Draak keek vurig. Als een Draak schreeuwt is hij dubbel zo griezelig. Draken spuwen bij schreeuwen namelijk automatisch vuur. Het gaf B een krachtig gevoel dat hij zo naast een grote gevaarlijke Draak kon rennen en schreeuwen zonder angst te voelen. 

Nadat B een half uur heel voorzichtig naar beneden was gelopen, ging Draak hem aansporen om sneller te lopen, en uiteindelijk zelfs te rennen. 

Uiteindelijk waren ze de mist uit gelopen.

 

 

De mist was duidelijk lichter. Alsof de zon elk moment kon doorbreken. B was al allemaal plannen aan het maken voor als de mist was opgetrokken. Naast hem op de rots klonk een diepe bekende dreun.

“Daar ben je.” zei een bekende grommende stem.

“Draak!” Eindelijk zeg, ik zit hier al uren in de mist. Ik heb er schoon genoeg van. Ik wil dat de mist stopt.”

“Maar de mist stopt niet?” zei Draak.

“Nee de mist stopt niet.” B haalde opgelucht adem, met Draak erbij voelde het anders. “Ik bedoel ooit zal de mist wel stoppen…”

“Waar  wacht je dan op?”

“Nou dat de mist weg is natuurlijk.”

“Lijkt je dat een leuk gezicht?”

“Ja jeetje, nou dat is niet de reden waarom ik er op wacht!”

“Wat is dan de reden dat je wacht tot de mist stopt.”

“Dat is toch logisch? Het is veel te gevaarlijk om door de mist te lopen.”

“Hoe weet je dat?”

“Omdat hier ravijnen zijn, en met die dichte mist weet ik niet welke kant ik op moet.”

“Ah, op die manier.”

“Jij doet expres dom.” zei B boos. “Als ik ga lopen in deze mist en ik raak gewond, ja dan weet ik inderdaad pas zeker dat het gevaarlijk is.”

“Je kunt toch ook héél voorzichtig gaan lopen?” opperde Draak.

“Ja dat zou kunnen maar dan kan ik altijd nog verdwalen.”

“En als de mist nog een week blijft.”

“Dan… dan…” B werd nu chagrijnig. “Ok ok, ik ga al. Ik ga al lopen, voor je begint over dat de richting simpel is.”

“Die is ook simpel, of je gaat naar boven of naar beneden.”

B had er genoeg van en begon heel voorzichtig te lopen. Steentjes gleden onder zijn voeten het pad af. Ze kaatsten de mist in.

 

 

De schaduw bleek een rots. “Mooi is dat.” zei B. “De hele tijd tegen een rots zitten kletsen.” B keek boos en deed zijn armen over elkaar. “Wat moet ik nou? Ik kan geen kant op, het is veel te gevaarlijk om met deze mist te gaan lopen, waarom is Draak er niet, kan ik tenminste nog even met iemand kletsen.”

B keek nog bozer. Maar niets had zin. Dan weer mopperend, dan weer berustend. Uren stond hij in de buurt van de rots en kon geen kant op. 

 

Volgende Pagina »