juli 2008


“Je kunt rustig achter de geraniums blijven zitten,
zolang je ze maar overal mee naar toe neemt.” 

Lao Tzoen.

B was geschrokken van alle energie. Draak kon dat makkelijk aan dat wist hij. Maar de meeste mensen niet. Die konden die energie niet aan. Kon B het zelf wel aan. Draak had gezegd dat hij het zelf wel wist. Maar B wist het niet. Hij was geen Draak. Hij was B. Bij hem kwam die energie er anders uit? Maar hoe dan? Hij wist het niet, een beetje stampen op de grond was natuurlijk leuk, maar had verder ook weinig zin. Maar hij wist dat die energie er was. En er altijd al was. En altijd werd tegengehouden door hemzelf.  En hield zich altijd maar in. En opereerde daarmee ver beneden zijn maat… toch?

 

B dacht na. 

 

Heel diep.

“Is het waar Draak, dat migraines voortkomen uit onderdrukte woede?”

Draak keek naar B. En als altijd voelde B een lichte huivering, de ogen van Draak gloeiden rood. De zwarte pupillen leken in B’s ziel te priemen.

“Zou kunnen.” zei hij Draak. 

“Maar als dat zo is, wat moet je dan doen?  Ik bedoel, Draak, wat moet je dan doen. Moet je die woede eruitgooien, smijten de boel plat branden.”

Draak kon een kwispel niet onderdrukken.

“B.” zei hij.

“Ja.”

“Draken branden dingen plat. Dat hoort bij ons. Als jij dat doet dan…”

“Ja metaforisch gesproken bedoel ik ook.” B klonk ongeduldig. “Mijn vraag aan jou is, wat moet zij doen?”

Draak sloot zijn ogen, er kringelde een beetje rook uit zijn linkerneusgat. 

“Ze zit in een ontkenning ergens van B. Ontkennen is meestal de oorzaak van woede bij mensen. Ontkennen en oppotten.”

“Ik weet Draak dat ze een enorme energie heeft. Gigantisch zelfs. Maar het lijkt of ze die inhoud niet kwijt kan.”

Draak glimlachte ineens van oor tot oor.

“Wat?” zei B. Draak zei niets maar glimlachte alleen maar.

“Ze is altijd afgerekend op die energie B.”

“Hoe bedoel je Draak?”

“Er zijn niet zoveel mensen met die energie. Ze heeft het geprobeerd te temmen op diverse manieren. Chemisch, bepaalde vriendschappen. Zelfs met de liefde.

B kneep zijn ogen halfbegrijpend dicht. “Ik volg je niet.”

“Haar energie is fenomenaal. Maar ze wordt tegengehouden, door zichzelf, door haar omgeving.”

“Waarom Draak?”

“De meeste mensen ervaren die energie niet als prettig. Dat weet je zelf ook wel.”

B werd stil, en keek boos.

Draak opende zijn ogen. “Jij houdt je ook in B. Al heel lang, je houdt je in omdat die andere kant niet geaccepteerd werd, het wordt niet beschouwd als een menselijke energie. Men schrikt ervan begrijpt het niet.”

B werd nog stiller en schopte een steen weg. 

“Soms is er iemand bij wie je die energie kunt laten zien, want je laat het alleen zien als die ander het ook heeft. Je vraagt als het ware steeds op indirecte manier toestemming.”

B schopte nog een steen weg, maar dan harder.

“Grappenmaken is een acceptabele manier om een deel van die energie te laten zien.”

“De Pias Uithangen.” mopperde B en had zin om die ene grote steen op te pakken en naar Draak’s hoofd te slingeren. 

“Die energie niet gebruiken niet laten stromen maakt uiteindelijk moe, en is niet gezond. Dus je weet dat het moet, omdat het je natuur is.”

“Hoe kan ik nu weten dat het mijn natuur is.” schreeuwde B ineens. “Als ik niet goed weet wat het is? Als ik die niet kan uiten? Als het toch mensen wegjaagt.”

Draak stampte met een poot op de grond. Het dreunde, bomen schudden, vogels vlogen verschrikt weg.

“Je weet wel wat het is B.” zei Draak. 

B stampte terug. En de grond schudde weer. “Ik heb geen idee Draak. Ja het is een gevoel maar hoe het eruit ziet weet ik niet.”

“Als electriciteit B.” Draak stampte weer. Donkere wolken pakte samen. Er flitste Bliksem.

“Nee Draak.” B stampte harder terug dan Draak, maar had het niet in de gaten. “Ik heb geen idee waar je het over hebt Draak, het is allemaal grootsheidswaanzin. ” Er klonk een donderslag. 

“Dat is wat je je zelf wijsmaakt B.” regen striemde als een waterval tussen hun neer. B kon alleen nog de rood oplichtende ogen van Draak zien. Ze moesten schreeuwen om elkaar te verstaan.

“Wat moet ik ermee dan!” riep B. 

“Alles!” bulderde Draak terug.

“Hoe pas ik het toe? Hoe herken ik het?” B stampte weer met een voet op de grond, hij stond als een sumo worstelaar en voelde zich belachelijk. 

Draak beantwoordde met een stamp. Ze stampten harder dan het onweer. 

“Genoeg!” schreeuwde B en ging rechtop staan met zijn armen overelkaar. De regen hield ineens op. Er brak een zonnestraal door en de donkere onweerswolken vluchtten weg. 

“Die energie heeft zijn plaats nodig B.” zei Draak alsof er niets gebeurd was.

“Vertel me hoe Draak.” zei B alsof er niets gebeurd was.

“Alsof je dat niet weet.” gniffelde Draak spreidde zijn enorme vleugels en vloog weg.

Als ik voel

ben jij er,

altijd al.

zonder woorden

fluister je

zonder woorden

luister ik

en herkende je

altijd al.

 

 

“Ik wil wel optreden, maar ik wil niet dat er perfectionisme bij komt kijken, maar ook geen amateurisme.”

Met die opmerking liet ik een vriend in verwarring achter. Hij stelde een tijdje geleden voor om eens een muziekavondje te houden. Ter ere van mijn verjaardag. Omdat ik dat al jaren niet meer vier. Is het dan niet leuk om eens bij mijn tante in Groningen die een grote boerderij heeft daar een leuk muziekavondje te houden.

“Ja, dat lijkt me wel wat.” zei ik.

“Denk er maar eens over na, en dan hebben we het er nog over.”

Een tijdje later schrijf ik hem een mail dat ik het een leuk voorstel vond. En dat ik een beeld kreeg dat ik, B, nooit eens achter een microfoon heb gestaan en gewoon heb gezongen. Al 20 jaar maak ik onder een koptelefoon muziek en zing, en neem het op, en af en toe laat ik wat horen. Maar gewoon sec, naakt, akoestisch, gewoon alleen mijn stem. En dan uit het hart zingen en anderen raken. Een intieme mooie sfeer creeren. Geen synthesizers, geen grote toestand, nee, B, akoestisch klein en intiem. B zingt en wordt begeleid op bv gitaar.

De mail had ie nooit gelezen toen ik er een maand later op terugkwam. En ik vertelde hem hakkelig wat mij een leuk idee leek.  Ik vertelde hem over de telefoon van het idee van puur natuur zingen, met bijvoorbeeld een warmbloedige akoestische gitaar erbij. Ik zei hem dat ik mezelf nooit de kans heb gegeven om zo te performen. Altijd maar in studioachtige electronische omgeving. Terwijl mijn stem een belangrijk centrum vormt van de muziek die ik gemaakt heb.

“Maar hoe komen we dan aan een gitarist.” zei hij. En ik denk, nee wacht nou, het gaat om het sfeerbeeld wat ik schets, eerst brainstormen en daarna kijken wat haalbaar is of niet. En allerlei beelden van vroeger schieten boven. Ik wil kwaliteit afleveren. Hij wilde gewoon lekker performen, maar is een minder goeie performer dan ik. Hij is een amateur, en ik ben een professional. 

Maar ik zei nog niets.

Vroeger deden we pogingen om samen te werken, waarin hij uiteraard benadrukte het plezier in de muziek. Helemaal mee eens, en ik was bij elke noot 20 stappen verder, en om moeilijkheden te voorkomen gedroeg ik me als een amateur, die bij elke suggestie van zijn kant wist hoe het op de lange duur direct beter kon, maar me knarsentandend inhield omdat hij dacht dat we in hetzelfde proces zaten. 

Waarom deed ik dat eigenlijk? Hij wilde altijd muziek met me maken. Samen componeren. Wat ongeveer het moeilijkste is wat er is. Wil je tenminste iets zinnigs neerzetten. Men vond het onmogelijk om met mij samen te werken. Ik was een professional die zich als een amateur gedroeg. En niet het lef had om openlijk professional te zijn. 

En nu 25 jaar later. Biedt hij me aan om een muziekavondje te houden, en weer denk ik, laten we het nog eens proberen, en wat aardig dat hij dat voorstelt. Ook al was hij mijn input via de mail vergeten. 

Maar tijdens het gesprek, geraak ik weer in de prof amateur kramp. Hij wil ook meedoen, en misschien nog wel een strijkje. (hoe kom je aan dat strijkje? Oh nee, hoe kom ik aan een gitarist?)

Mijn beeld is dat ik wil zingen begeleidt door een professionele gitarist op een spaanse gitaar. En ja ik zou zeker ook nog wat strijkers erbij willen hebben. En ik zou de mensen in de zaal tot op hun tenen willen ontroeren, verlichten, en liefde voor het leven willen laten voelen. Wat ik wil is dat mijn perfectionisme daarin niet wordt stuk gemaakt door zijn amateurisme. 

Maar ik kwam niet verder tot:

“Ik wil het niet perfectionistisch aanpakken en ook niet amateuristisch.” 

Hoe zit het nu echt B?

Ik wil het wel degelijk perfect hebben, en professioneel. En anders gewoon niet.

Klaar.