You are currently browsing the monthly archive for oktober 2008.
Soms lees ik in oude stukjes van mezelf antwoorden op vragen die ik nu heb en de antwoorden niet van kon bedenken. Dat leek eng, tot ik me realiseerde dat de antwoorden van toen. Niet de antwoorden zijn van nu. Om de simpele reden. Ik had het niet doorleefd.
Als ik nu denk aan passie. Dan denk ik aan schoonheid en genieten. Als ik denk aan Liefde. Dan denk ik aan een moment waarom ik een miniscule streling voelde die ik nooit meer zal vergeten.
Of aan dat iemand op wie ik stapelverliefd was ooit en mega liefdesverdriet heb gehad, en jaren later mee in het bos loop en zij mijn hand pakt en gewoon even een tijdje vasthoudt. En ik kon er van genieten zonder naar haar te verlangen. En steeds als ik daar aan denk voel ik een glimlach.
Het zijn de ervaringen die inhoud aan de woorden zoals liefde, genegenheid, en schoonheid geven.
En wat zou het ook anders kunnen zijn… doorwrochten wanhopige verklaringen…
En dan zijn er mensen onder de 20 die dat gewoon al weten. En zien. En je zeggen. En je hoort het niet. Pas na een paar flinke klappen van de liefde. En de woorden komen als vanzelfsprekend.
Kennelijk heb ik toch geleerd. En is het toch anders.
Ergens in China, ligt een middelgrote berg, met daarop een middelgrote steen. Op die steen zit in kleermakerszit Lao Tzoen; ook wel bekend als China’s op een na wijste man. Op de vraag wie dan de wijste man is, glimlacht Lao hartelijk en wijst op zijn achterwerk.
Vele betekenissen zijn hier aan gegeven, doch geen enkele echt bevredigend. Het wordt vooral gezien als een grap, of een mystieke Koan. De meesten houden het erop dat Lao zijn eigen wijsheid niet al te serieus neemt en dat hij vele lichamelijke functies als hoger beschouwd dan wat zijn hersenen produceren.
De meeste mensen brengen het in verband met een van de vroegste uitspraken
van Lao:
“Had de geest maar een achterwerk.”
“De geest kan opnemen, de geest kan verwerken, de geest kan verteren, maar de geest kan niet poepen, en uit wanhoop verzon de geest wat we tegenwoordig intelligentie noemen en in principe het dichtst bij het lichamelijk uitscheiden komt.”
Is één van de grondgedachte van een illuster clubje volgelingen van Lao, die deze overigens niet erkend. Deze Feacolofische Sekte doen duistere dingen op duistere closetten. Houden zich kortom bezig met het genot van de pot. De opluchting van vlak na het poepen wordt als een heilige ervaring gezien, en de sekte heeft dan ook talloze manieren en oefeningen om die opluchting zo lang mogelijk te rekken.
Hoe dan ook. Er stond een lange man voor Lao, de man had in 4 uur de berg beklommen, wat op zijn minst gezegd een record zou kunnen zijn. De lange man had lang zilverblond haar, en was niet buiten adem.
Lao had zijn ogen zoals gewoonlijk gesloten.
“Beste Lao.” de man had een stem die op de een of andere manier overkwam als zijn haar. Golvend en zilverkleurig. Soepel en aangenaam.
“Lao, ene S heeft allergiesnothoofd lamlendig hoopje niks dinges, en heeft dan ook nog een begrafenis achter de rug.” De man zweeg even en leek de frisse berglucht op te snuiven. “Oh wijze Lao, heeft u nog tips voor deze Saskia?”
Lao deed zijn ogen open. “Tips”‘ zei hij verbaasd. “Tips? Vind u dat nou zelf geen raar woord?”
De zilverharige man trok zijn wenkbrauw op en dacht na.
“Tja, misschien wel Wijze Lao.”
“Wat moet ze met tips? Kun je dat eten? Tot je nemen?” Lao liet een korte doch zeer duidelijk scheet. Het leek minachting, maar het was gewoon een sandwich van een uur terug.
“Heeft u wijze Raad voor S oh wijze Lao?”
“Raad? Advies? Kun je dat vastpakken? Inpakken? Kun je dat aantrekken en je dan weer lekker voelen?” vroeg Lao nog verbaasder.
“Ehm, ik weet het niet Lao?”
“Oh, en als je het dan niet weet of dat werkt, wat brengt je dan op het idee om het te gaan vragen?”
“Tja, Wijze Lao, ehm… ik wil haar gewoon helpen, en u bent de op een na wijste man ter wereld.”
Lao keek direct achterdochtig.
“Waar heeft u dat gehoord?” vroeg hij snel.
“Nou zo staat u min of meer bekend.”
“Dan raad ik u aan om de wijst man van de wereld te gaan bezoeken, want ik weet geen antwoord.”
De zilverharige man was even in de war. Hij moest denken aan wat er over Lao werd gezegd en dat hij altijd naar zijn achterste wees als het ging om de allerwijste man ter wereld.
“Waar kan ik de allerwijste man de wereld vinden oh Wijze Lao.”
”Achter je.” zei Lao. De zilverharige man draaide zich om.
“Ja zo blijven staan.” riep Lao. “En nu nog een keer vragen en aan m’n antwoord denken.”
De zilverharige man moest glimlachen. “Oh wijze Lao, ene Saskia met allergiesnothoofd lamlendig hoopje niks dinges, en dan ook nog een begrafenis achter de rug, kan ik iets voor haar doen?”
“Heb je het haar al gevraagd” zei Lao. ”Tja, je kunt wel helemaal deze berg beklimmen om aan mij te vragen of ene Saskia nog wijze raad nodig heeft, maar heb je haar gevraagd of ze iets nodig heeft.”
“Nee wijze Lao, ik voelde zelf de drang om het aan u te vragen.”
“Aha, en waarom dan wel?”
“Nou ik vond het rot voor haar, en het zat met dwars dat ze zich zo voelde.”
‘Aha, zilverharige man, wie heeft hier nu hulp nodig?” zei Lao. ”U mag zich weer omdraaien hoor.”
De zilverkleurige man, ietwat ontdaan en uit het humeur keek Lao aan.
“Ik ben dus voor niets de berg beklommen, ik ben dus voor niets hier helemaal heen gekomen?”
“Is dat een probleem voor u?” vroeg Lao. “Kunnen we best over praten hoor.”
“Ik weet het niet Lao, ik ging er zomaar van uit dat ze wijze woorden van de op een na wijste man prettig zou vinden, na een week van ellende.”
“Aha, een soort kadootje.” zei Lao. Hij draaide en verdween achter de grote steen. Even later klom hij er weer op.
“Hier.” zei hij. “Geef dit maar aan haar, dit is het antwoord op alles.”
Lao reikte hem een door bonbons aan. Maar dan wel van die dure.
De zilverharige man fronste zijn wenkbrauwen en keek naar Lao, die terugglimlachte. De man nam het aan, boog naar Lao en begon met de afdaling.
De zon was ondertussen al onder.
