Draak en B zaten tegenover elkaar met een kampvuur ertussen. Daaromheen was het stikdonker, geen sterren. B voelde tegelijk warmte van het vuur, en kou van de nacht op zijn rug.
“Nou Draak weer een desillusie erbij.” B warmde zijn handen aan het vuur.
“Desillusie?” vroeg Draak onbewogen.
“Ja, ik dacht echt dat er iets wederzijds aan liefde was. Zo voelde het echt. Maar ik bleek niet meer dan een troosthond voor eenzaamheid en verdriet.”
Draak keek zwijgend naar B.
“Ja ik weet het Draak, ik heb het allemaal toegelaten, en ze heeft altijd gezegd dat ze voor haar man zou kiezen, en dat ze aan haar huwelijk wilde werken. En ik heb gezegd dat ze bij mij kon komen bijtanken etc. En waarschijnlijk omdat ik er zo makkelijk over deed gaf ze zich meer aan mij wat ik weer voor echte liefde aanzag…”
Draak maakte een snuivend geluid.
“Ja, ja Draak, ze zal dan ook wel niets gesnapt hebben van dat ik zo kwaad werd en zo negatief. Ik reageerde alsof zij iets had beloofd aan mij, alsof ze zei dat ze van me hield, alsof ze me iets had beloofd en dan die belofte verbreekt. En ze had helemaal niets beloofd. Ze is altijd min of meer eerlijk geweest, in haar woorden. Alleen voelde ik iets heel anders…”
Iets glinsterde in draak zijn ogen, zijn ogen leken wel langzamerhand in pretoogjes te veranderen, maar zeker wist B het niet.
“Oh ja, het is zeker grappig Draak, hoe ik mezelf in de nesten werk. En mezelf in een situatie plaats waarin ik mijn “in de steek gelaten gevoelens” de vrije loop kan laten. Oh ja zeker. Ik had het allemaal kunnen weten, ik ben er met open ogen en oren ingestapt.”
B keek in het vuur.
Draak keek weer naar B, hield zijn hoofd een beetje schuin en zei: “Ik zei niets B. Ik zei helemaal niets. Jij zegt het.”
“Oh ja, ik vul in wat jij denkt en zo zeg ik eigenlijk hoe ik erover denk. Ja ja, ik weet het wel. Ik zeg het maar vast voordat jij het gaat zeggen en ok, misschien wilde je wel helemaal niets zeggen. En…”
“Het enige wat ik zei is dat ik helemaal niets zei.”
“Ja, dat klopt, en daar kan ik geloof ik niet zo goed tegen, dus ga ik maar invullen wat jij denkt of zegt, of weet ik veel wat.”
“En waarom zou je dat nou doen?” zei Draak en keek B vol verwachting aan.
B keek naar Draak en weer naar het vuur.
“Misschien omdat ik me eenzaam voel, misschien omdat ik hoop op empathie en daar maar op vooruit loop.”
Draak keek nog steeds verwachtingsvol en zwiepte met zijn staart.
“Of ik spreek gewoon die dingen uit waarvan ik vrees dat jij ze gaat uitspreekt, want als jij ze uitspreekt voor ik ze heb gezegd, dan zijn er twee die er hetzelfde over denken en is de kans dat het waar is iets groter…”
“Oh, dus eigenlijk hoopte je op tegengas van mij?” zei Draak.
B knikte ietwat chagrijnig.
“En wat op wat voor tegengas had je dan gehoopt B?”
“Dat je zou zeggen dat ik er naast zit, dat het wel liefde was, maar dat ze te bang is, dat ik geduld moet hebben, de deur open moet houden, en dat het wel goed komt, dat het even een tijdje duurt voor ze beseft wat haar nu werkelijk is overkomen, en als ze liefde voor me voelt, werkelijk liefde, echte liefde, dat ze dan haar weg weer naar mij zal vinden, maar dat het tijd nodig heeft, dat ze zoiets niet zomaar in één keer kan voelen. Er spelen teveel dingen mee. Het is alleen maar mogelijk als die relatie waar ze in zit, z’n natuurlijke verloopt krijgt en…”
“En dat kan alleen maar tijd kosten.” vulde Draak aan.
B knikte. “Het is alleen, dat als we bij elkaar waren er vrijwel geen angst of twijfel was, althans bij mij niet. En ik dacht bij haar ook niet. Ik voelde zomaar liefde, moeiteloos, ik kon haar moeiteloos liefhebben, en zij mij ook. Althans dat dacht ik. Nu weet ik dat niet zeker meer.”
Draak dacht na en zei: “En je wil haar duidelijk maken dat zoiets zelden voorkomt bij mensen.”
B knikte en voelde verdriet.
“Zoiets kom je misschien maar één keer tegen in je leven.” zei B zacht en keek in het vuur.
“En laat me raden B, en jij snapt niet dat ze daarvoor wegloopt? Er van uitgaande dat ze het ook zo heeft gevoeld?”
“Ja, dus misschien voelde ze het anders, minder dan ik… soms ik denk dat ze het gewoon niet geloofde. Ze kon zich er wel door mee laten voeren op het moment dat we bij elkaar waren, maar in feite geloofde ze het niet, en ervaarde het als een vlucht uit de werkelijkheid.”
“Terwijl de liefde die je tussen jullie voelde voof jou nou precies datgene is waar het in het leven werkelijk om draait!”
“Ik geloof er wel in, oh ja, als je zo met elkaar kunt omgaan, op die manier, met die moeiteloze vanzelfsprekendheid? Als dat niet genoeg is, dan weet ik het ook niet meer.”
“En nu denk je dat ze het niet genoeg vond.” zei Draak.
“Ja.”
“En dat vind je erg moeilijk te bevatten.”
“Ik kan het niet goed bevatten nee, eerlijk gezegd snap ik er helemaal niets van, ik snap niet dat ik me zo vergist kan hebben in iemand. Alsof je een tijdje intiem bent met iemand die een spion blijkt te zijn en je als een soort sprinkplank heeft gebruikt om ergens anders te komen, ver bij je vandaan.”
“Maar wel een spion die daarin open kaart heeft gespeeld…” zei Draak.
“Ja, maar na alles wat er is gebeurd leek het werkelijk of die spion z’n missie zou verpesten omdat….”
“Die spion voor jou zou kiezen, en bij je zou willen blijven, omdat er liefde was die de moeite waard was.” vulde Draak aan.
“Ja Draak, ik dacht dat wat er tussen ons was voldoende liefde in zich had voor zoiets. tja… en… ik snap er gewoon niets meer van, Ik snap niet dat ik me zo ontzettend vergist heb.”
”Je hebt je niet vergist.” zei Draak en zijn ogen twinkelden weer.
“Nee?”
“Nee. De enige waarheid die ik in je verhaal kan ontdekken. Is dat je er helemaal niets meer van snapt.”
B keek weer naar het vuur en voelde zich vreemd… onwezenlijk… alsof hij langzaam de ruimte in zweefde.
“En eerlijk gezegd B.” zei Draak met opgetrokken wenkbrauwen. “Ik denk dat er helemaal niemand is die hier werkelijk iets van begrijpt.”
B zweefde weer terug naar de grond. Hij voelde weer de warmte van het vuur, en de kou van de nacht…
En hij zat er onbegrijpelijk precies tussen in.
“
