You are currently browsing the monthly archive for december 2008.
Omringd door grote luxe lege huizen. Van mensen die oud en nieuw in verre landen vieren, waaronder mijn broer. Luxe om me heen, instant gekookt water, ruimte, siervuurwerk.
Houten…
Maar het maakt niet uit waar ik ben of met wie.
Het voelt onnatuurlijk zonder haar.
Kan ik nog iets schrijven?
Iets wat geen herhaling is?
Iets wat niet over gemis gaat?
Donkere dagen…
Iets waarin ik niet schrijf dat ik
zou willen dat ik bij je was.
Dat we bij elkaar zijn?
Ik wil bij elkaar zijn,
ik weet dat het goed is.
Wij, liefdevol, krachtig.
Niks mis mee…
Ik blijf het zeggen.
Ik blijf er in geloven.
No matter what.
Het eerste wat me opviel was dat ik om mijn broer en zijn vrouw een sterke liefde voelde, het was alsof er een glans om hen heen hing, alsof ze in een of ander diffuus licht stonden, niet sterk maar wel heel prettig. Ik weet ook nog dat we samen aten. En ze werden rustig van mijn rust. Wat het ook was, ik straalde het uit, en ik kon het zien bij anderen.
Ik belde een vriend op en zijn dochter nam op. En er was iets in haar klank aan het einde van een woord, wat eenzelfde soort glans over zich had. Het was er maar heel kort, maar onmiskenbaar. Ik voelde me een soort schatzoeker met een nieuw navigatie systeem. Situaties mensen, woorden, muziek, alles waar “het” in zat lichtte op. Als lichtbakens in een zee.
En als I belde, en als ik met I sprak leek het wel een oceaan van datzelfde gevoel. Een oceaan van licht. Het voelde zo licht. Letterlijk.
Het is gek maar ik heb nog nooit iemand zo dichtbij gevoeld. Ik snap dat gevoel van alsof iemand er altijd al geweest is. Zo dichtbij alsof iemand een onderdeel is van jou en jij van die ander.
Vandaag ga ik met een stel een ziekenhuis bezoeken, we gaan mensen die op kerst nooit bezoek krijgen bezoeken, en een praatje maken, ik vond het maar een slecht idee, die mensen die geen bezoek krijgen, krijgen niet voor niets geen bezoek, misschien is een praatje wel het laatste waar ze op zitten te wachten, of ze zijn te dement om het te snappen.
Kortom reden genoeg om wel te gaan, want de intentie vanwaaruit het gaat vind ik ok. T bedacht het. En een aantal sloten aan. En wat maakt het uit wat mijn of wie dan ook z’n beweegredenen zijn. Als er iemand hoop van krijgt, of op z”n minst een glimlach, dan is doel bereikt.
En ik neem een heleboel bossen bloemen mee, en ik geef gewoon een bloemetje, dat is altijd ok.
En ik zou willen dat ze erbij was.
Lichtbakens volgen…
“Ik hou van haar. Dat is wat ik zeker weet. En nee, geen etherische tweelingziel toestand, en geen zelfopofferende onzin. Nee ik hou er van om bij haar te zijn. Om haar aan te raken, om door haar aangeraakt te worden. Om haar stem te horen, om haar te horen lachen. Om te kletsen, ze kan zo’n blik in haar ogen hebben, een zachte liefdevolle blik, met een vleugje weemoed alsof ze even verzucht hoe blij ze is om de liefde te voelen, die over kan gaan in een warme lieve glimlach. Ik heb gezien hoe ze kijkt als ze gelukkig is. Ik weet hoe ze is als ze gelukkig is. En het ontroert me steeds weer als ik er aan denk. Ze was gelukkig als ze bij mij was. Ik was gelukkig als ik bij haar was. Er daalde een soort rust over ons heen. Een ontspanning, een gevoel van, ik hoef niets meer op te houden, ik kan zijn wie ik ben. Er was een warmte die volgens mij liefde heet.
Ik weet dat als we elkaar omhelzen dat alles er nog steeds is zoals het er altijd al was. “
De volgende dag zat de Tent weer Vol. Meer mensen dan de dag ervoor. Meer geroezemoes en geschuifel. De wanden van de tent bolde af en toe op door de wind. Lao Tzoen was nog niet aanwezig. Af en toe werd het geroezemoes minder, alsof men collectie dacht dat Lao binnen zou stappen. En na een tijd werd het weer sterker.
En zoals altijd zat Lao er ineens.
Het geroezemoes stierf weg. En Lao keek naar de mensenmassa. Hij vond het heerlijk om naar mensen te kijken. Iedereen had zijn eigen verhaal om zich heen hangen. Je zag het aan de lichaamstaal de houding, de kleding. Allemaal werelden met geschiedenissen, met vragen. Smachtend naar antwoorden.
Op het moment dat je een speld kon horen vallen zei Lao.
“Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het zou zijn als u nergens meer antwoord op zou geven?” de vraag ging de tent rond, daalde in ieders hoofd, er werden wenkbrauwen gefronst en hier en daar gefluisterd.
“En heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het zou zijn als u nooit meer iets zou vragen en in plaats daarvan louter aangeeft hoe u het hebben wilt? Hoe u graag ziet hoe iets verloopt.”
Een man voorin begon onrustig te draaien op zijn stoel.
“Ik snap u niet Lao Tzoen, u zegt toch steeds weer van die vreemde dingen. Ik word er ongemakkelijk van.”
“heel goed.” zei Lao. “Nu nog aangeven hoe u het hebben wilt.” de zaal grinnikte.
“Ik wil u graag in een keer begrijpen zonder dat ik zo moeilijk hoef te doen.”
“Maar u demonstreert mijn punt zomaar in een keer zonder moeite.” de zaal begon te klappen. En de man keek verbaast om… verbaast maar ook wel blij met zo’n applaus.
“Probeert u het maar eens, geen vragen meer, en geen vragen meer beantwoorden, werk er in uw communicatie maar eens omheen. U zult het verfrissend vinden.”
