B stond voor Draak. Het was in de vroege ochtend. Het was nevelig en de zon had zich nog niet laten zien. Zonder de hitte van Draak zou het een beetje kil zijn geweest.
“Draak.” zei B. “Alles staat op nul op de een of andere manier.” hij keek naar de kolossale poten van draak. “Ik werk me te pletter, maar ik voel nog geen grond onder mijn voeten.”
“Een groot deel van mijn leven heb ik letterlijk geen grond onder mijn poten.” zei Draak.
“Omdat je vliegt.” zei B.
“Omdat ik vlieg.” zei Draak.
“Ik kan niet vliegen Draak, dus ik heb geen reden om geen grond onder mijn voeten te voelen.”
Draak trok zijn schouders op waarbij wat askegeltjes rokend van zijn lijf rolden. “Waarom zou je steeds maar grond onder je voeten moeten voelen?”
“Grond!” riep B. “Als in veiligheid en geborgenheid.”
“Veiligheid en geborgenheid, zijn kwaliteiten, geen omstandigheden.” zei Draak. “Tenzij je een kind bent, dan mag je hopen dat je die omstandigheden hebt.”
B zuchtte diep. “Draak jij gaat altijd maar uit van een soort perfecte mens, dat is echt niet haalbaar. Ik bedoel hoe haalbaar is dat dan?”
“Wat?”
“Dat je alles altijd maar als een soort Boeddha of Jezus alles uit jezelf kunt halen.”
“Zei ik dat? Goh…” De ogen van Draak vlamden even op. B werd chagrijnig.
“Ik wil grond onder mijn voeten!” riep B kwaad. “Snap dat dan toch!”
“En waar stamp je dan op als ik vragen mag?” zei Draak.
B draaide zijn ogen omhoog.”Het is een metafoor.”
“Voor?” zei Draak.
“Zit me niet de hele tijd te herhalen grote hagedis.”
“Een metafoor VOOR wat?” zei Draak onverstoorbaar.
“Dat ik, dat ik…nou grond, ik wil grond, stevigheid, basis, ik wil me veilig voelen.”
Draak bracht zijn grote gruwelijke kop ineens tot vlak voor B zijn gezicht. B kon een brandlucht ruiken. Hij slikte even. En probeerde niet te laten merken dat hij geschrokken was. Draak sprak op een toon die van alle kanten leek te komen.
“Zolang ik geen pesthumeur heb ben jij veilig.” B keek naar de twee rode ogen van Draak. Draak was best eng, en eigenlijk best gevaarlijk. In zekere zin was B helemaal niet veilig bij zo’n afschrikwekkend beest. Maar B was nooit bang voor Draak, hij kon wel schrikken van hem, maar hij was nooit bang.
“Hoeveel veiligheid heb je nog nodig B, als je niet eens bang bent om met een afzichtelijke gruwelijke Draak als ik om te gaan.”
juni 15, 2009