Buiten is het stil. Het is nacht. Ik word kalm.
Misschien omdat de meesten geen gedachtes stralen,
en slapen in hun onschuld schoon,
De lucht, sereen en zacht… sterren fonkelen.
Een oranje halve maan verheft zich boven de horizon.
Moeiteloos, oneindig stil.
Verlang ik naar gewoon zijn zonder schaamte,
Zonder angst voor verlies,
Hunkerend naar overgave, naar alles wat me lief is.
Warme bevrijdende omhelzing.
Die steeds lichter wordt.
De stilt omarmt, en fluistert duizend dingen.
Zoals de wind het loof laat ruisen…
Soms is het zo dichtbij dat ik ongemerkt glimlach,
zo voorbij de dag.